Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AV1034

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
26-01-2006
Datum publicatie
03-02-2006
Zaaknummer
05-2546 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

05/2546 WUV

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[eiseres], wonende te [woonplaats] (Indonesiƫ), eiseres,

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Onder dagtekening 30 december 2004, kenmerk JZ/C90/2004/0869, heeft verweerster ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Tegen dat besluit heeft eiseres bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift heeft eiseres uiteengezet waarom zij zich met het bestreden besluit niet kan verenigen.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 15 december 2005. Daar is eiser niet verschenen en heeft verweerster zich doen vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

Bij besluit van 15 juli 2004, door de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te Jakarta aan eiseres verzonden op 23 juli 2004, heeft verweerster afwijzend beslist op de aanvraag van eiseres om toekenning van een periodieke uitkering ingevolge de Wet als weduwe van [betrokkene].

Tegen dat besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt bij schrijven van 20 oktober 2004, dat blijkens de gedingstukken op 29 oktober 2004 bij voormelde ambassade is ingekomen.

Bij het bestreden besluit heeft verweerster eiseres in haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de in artikel 42, eerste lid, van de Wet in dit geval geldende bezwaartermijn van dertien weken. In dat verband is overwogen dat de door eiseres met betrekking tot de overschrijding aangevoerde omstandigheden de termijn-overschrijding niet kunnen verontschuldigen, waardoor redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiseres niet in verzuim is geweest in de zin van artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Ter beantwoording staat de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen door eiseres in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden. De Raad overweegt als volgt.

Vaststaat dat de voor de indiening van een bezwaarschrift te dezen geldende termijn van dertien weken is overschreden.

Ter verklaring van de termijnoverschrijding heeft eiseres, onder toezending van een doktersverklaring, aangevoerd dat zij ten gevolge van ziekte niet in staat is geweest binnen de gestelde termijn een bezwaarschrift in te dienen.

Naar het oordeel van de Raad heeft verweerster in hetgeen eiseres heeft aangevoerd terecht geen grond gezien om de niet-ontvankelijkverklaring met toepassing van artikel 6:11 van de Awb achterwege te laten. Hiertoe overweegt de Raad dat uit de door eiseres overgelegde medische verklaring niet blijkt dat zij heeft verkeerd in een toestand waarin het voor haar niet mogelijk was om - zonodig met behulp van derden, zoals bijvoorbeeld haar dochter - zorg te dragen voor het tijdig indienen van een bezwaarschrift.

Het voorgaande brengt de Raad tot de slotsom dat het bestreden besluit in rechte kan standhouden en het beroep van eiseres ongegrond moet worden verklaard.

De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. G.L.M.J. Stevens, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2006.

(get.) G.L.M.J. Stevens.

(get.) J.P. Schieveen.