Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AV0747

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-01-2006
Datum publicatie
02-02-2006
Zaaknummer
05-3688 BPW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij de bepaling van de mate van verzetsgerelateerde invaliditeit dienen ook de psychische gevolgen, ontstaan door de beleving van hetgeen aan familieleden bij deelneming aan het verzet is overkomen, te worden betrokken.

Wetsverwijzingen
Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 4
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/3688 BPW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

de Raadskamer WBP van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Onder dagtekening 3 mei 2005, kenmerk 70265, heeft verweerster ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (hierna: de Wet).

Tegen dit besluit heeft mr. J.C.M. van Berkel, advocaat te Heerlen, als gemachtigde van eiseres beroep ingesteld bij de Raad. In een aanvullend beroepschrift is uiteengezet waarom eiseres zich met het bestreden besluit niet kan verenigen.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 8 december 2005, waar eiseres in persoon is verschenen met bijstand van haar gemachtigde mr. Van Berkel voornoemd. Verweerster zich heeft zich, zoals vooraf bericht, niet ter zitting doen vertegenwoordigen.

II. MOTIVERING

Verweerster heeft bij besluit van 1 maart 1993, zoals na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 12 oktober 1993, aan eiseres - die al eerder was erkend als deelnemer aan het verzet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet - ingaande 1 augustus 1992 een pensioen ingevolge de Wet toegekend naar een aan haar verzet te relateren invaliditeit van 20% blijvend. Daartoe is, overeenkomstig medisch advies, in aanmerking genomen dat de psychische klachten van eiseres ten dele verband houden met het verzet, en voor het overige deel, evenals haar status na facialis parese, haar longklachten en haar diabetes mellitus hiermee niet in verband staan. Ten aanzien van de psychische klachten is in het bijzonder nog overwogen dat een deel hiervan moet worden toegeschreven aan familieomstandigheden, waaronder met name de slechte relatie van eiseres met haar stiefvader.

Met een brief van 22 september 2003 heeft eiseres verweerster verzocht om het voor toepassing van de Wet in aanmerking te nemen invaliditeitspercentage te herzien wegens toegenomen psychische klachten.

Dit verzoek heeft verweerster overeenkomstig aan haar uitgebrachte medische adviezen afgewezen bij besluit van 24 maart 2004, zoals na daartegen gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het nu bestreden besluit. Daartoe is overwogen - voorzover van belang en kort samengevat - dat de invaliditeit van eiseres vanwege aan haar eigen verzet toe te schrijven psychische klachten niet is gewijzigd, terwijl de vraag of eiseres - zoals namens haar in bezwaar betoogd - tevens lijdt aan in aanmerking te nemen psychische klachten als gevolg van verzet en het in de oorlogsjaren omkomen van haar vader niet in de huidige beoordeling kan worden betrokken.

In beroep heeft eiseres zich met name gekeerd tegen het standpunt van verweerster dat de mogelijke psychische gevolgen voor haar van verzet en het omkomen van haar vader buiten de beoordeling van het bezwaar valt. In dat verband is namens eiseres gewezen op eerdere, andersluidende rechtspraak.

De Raad acht deze grief terecht voorgedragen.

Bij zijn uitspraak van 7 juni 1993, nr. BPW 1992/21 (LJN: ZB3675), heeft de Raad, onder verwijzing naar een eerdere uitspraak, uitdrukkelijk overwogen dat evenzeer de oorlogsstress, ontstaan door de beleving van hetgeen aan familieleden bij deelneming aan het verzet is overkomen, bij de vaststelling van de mate van verzetsinvaliditeit van een deelnemer aan het verzet in de zin van artikel 1, eerste lid van de Wet in aanmerking behoort te worden genomen. De Raad ziet geen aanleiding om dit uitgangspunt thans te verlaten.

Dit betekent dat het bestreden besluit op het in beroep aangevallen onderdeel een onjuiste motivering bevat, en in zoverre - als zijnde in strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht - dient te worden vernietigd.

De Raad acht, ten slotte, termen aanwezig om verweerster te veroordelen in de kosten van eiseres, welke zijn begroot op € 644,- als kosten van verleende rechtsbijstand, en op € 40,90 als reiskosten van eiseres, totaal derhalve € 684,90.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit, voorzover betreffende de vraag of aan eiseres een hoger buitengewoon pensioen als verzetsdeelnemer dient toe te komen in verband met aan verzet van haar vader toe te schrijven psychische klachten;

Bepaalt dat verweerster een nieuw besluit zal nemen met in achtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

Bepaalt dat de Pensioen- en Uitkeringsraad aan eiseres het in dit geding betaalde griffierecht ad € 35,- vergoedt;

Veroordeelt verweerster in de proceskosten van eiseres tot een bedrag groot € 684,90, te betalen door de Pensioen- en Uitkeringsraad aan de griffier van de Raad.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2006.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) E. Heemsbergen.