Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AU9943

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-01-2006
Datum publicatie
19-01-2006
Zaaknummer
04/7317 AOR
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen verboden onderscheid tussen uitkeringsgerechtigden. Joodse gemeenschap. Sinti en Roma gemeenschap. Doelgroepen van de verschillende uitkeringsreglementen niet gelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/7317 AOR

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het bestuur van de Stichting Het Gebaar, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Appellant heeft op daartoe bij beroepschrift met bijlage aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de op

7 december 2004, reg. nr. AWB 03/ 1565 BESLU ZWA, door de rechtbank Maastricht gegeven uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift doen indienen.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 8 december 2005. Aldaar is appellant in persoon verschenen en heeft gedaagde zich niet doen vertegenwoordigen.

II. MOTIVERING

De Raad verwijst voor de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden naar de aangevallen uitspraak en volstaat hier met het volgende.

Aan appellant is bij besluit van gedaagde van 4 november 2002 een tegemoetkoming toegekend van € 1.361,34 op grond van het Uitkeringsreglement individuele uitkeringen Stichting Het Gebaar (hierna: het Uitkeringsreglement) en dit bedrag is op voorschot betaalbaar gesteld. Bij besluit van 10 april 2003 is aan eiser op grond van het Uitkeringsreglement een slotuitkering toegekend van € 460,66. Een door eiser tegen dit besluit gemaakt bezwaar is bij het thans in geding zijnde besluit van 11 november 2003, kenmerk 81009, ongegrond verklaard. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het door appellant tegen laatst genoemd besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

In hoger beroep is evenals in eerste aanleg de vraag aan de orde of aan eiser op grond van het Uitkeringsreglement een hogere slotuitkering toekomt dan € 460, 66. De rechtbank heeft deze vraag in ontkennende zin beantwoord en heeft daarbij geoordeeld dat geen van de door eiser aangehaalde vormen van verboden ongelijke behandeling zich hier voordoet. De Raad kan de rechtbank in dit oordeel en in de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen geheel volgen. Hetgeen eiser in hoger beroep nog naar voren heeft gebracht, heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen. Ook de Raad kan niet zien dat sprake is van een verboden onderscheid tussen de uitkeringsgerechtigden op grond van het Uitkerings- reglement en diegenen uit de Joodse gemeenschap of de Sinti en Roma gemeenschap, die op grond van de Uitkeringsreglementen individuele uitkeringen van de Stichting Maror-gelden Overheid dan wel van de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma een uitkering hebben ontvangen. Naar het oordeel van de Raad kan van een verboden ongelijke behandeling al geen sprake zijn, aangezien de doelgroepen van deze verschillende uitkeringsreglementen niet gelijk zijn.

De aangevallen uitspraak komt gezien het vorenstaande voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door nr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R. Geerling- Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2006.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) E. Heemsbergen.