Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2006:AU9164

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-01-2006
Datum publicatie
06-01-2006
Zaaknummer
04/1960 WVG
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Betrokkene is aangewezen op woonvoorziening in de vorm van een elektrische deuropener met intercom. Is gedaagde daarbij terecht uitgegaan van de standaarduitvoering zonder handsfree bedieningsmogelijkheid?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/1960 WVG

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Namens appellant heeft mr. Y. de Froe, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand te Leusden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 8 maart 2004, reg.nr. SBR 03/702, waarnaar hierbij wordt verwezen. Ter onderbouwing van zijn standpunt is een verklaring overgelegd van de huisarts Numans van 20 april 2004 en van zijn revalidatiearts dr. F.W.A. van Asbeck van 19 april 2004.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 november 2005 waar partijen, beiden met voorafgaand bericht, niet zijn verschenen.

II. MOTIVERING

Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten, verwijst de Raad, gelet op de inhoud van de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak.

Hij volstaat hier met het volgende.

Appellant heeft een dwarslaesie waardoor hij volledig rolstoelgebonden is. Op 7 mei 2001 heeft appellant gedaagde verzocht hem in aanmerking te brengen voor een aantal woonvoorzieningen ingevolge de Wet voorzieningen gehandicapten waaronder een woonvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming voor een elektrische deuropener met intercom.

Bij besluit van 1 mei 2002 heeft gedaagde aan appellant overeenkomstig het medisch advies van “Stichting Loket 1/GG&GD” van 13 juni 2001 (aangevuld bij adviezen van 1 oktober en 22 november 2001) en het Programma van eisen opgesteld door revalidatie-centrum Hoogstraat van 12 september 2001, een tegemoetkoming verstrekt van

€ 8.114,91, waarvan € 550,-- ten behoeve van een elektrische deuropener met intercom, bedienbaar vanuit woon- en slaapkamer, standaarduitvoering.

Bij besluit op bezwaar van 24 juli 2002 heeft gedaagde het tegen het besluit van

1 mei 2002 ingediende bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij heeft gedaagde - voor zover hier van belang - geoordeeld dat geen vergoeding wordt verstrekt voor de meerkosten van de door appellant gewenste duurdere elektrische deuropener met handsfree bediening aangezien daarvoor geen medische noodzaak bestaat.

Bij de aangevallen uitspraak is het tegen het besluit op bezwaar van 24 juli 2002 ingestelde beroep ongegrond verklaard. Ten aanzien van de grief van appellant dat de vergoeding voor de intercom tevens moet zijn afgestemd op de door hem noodzakelijk geachte handsfree bedieningsmogelijkheid heeft de rechtbank als haar oordeel gegeven dat uit de medische adviezen en het programma van eisen van het revalidatiecentrum Hoogstraat, waarop gedaagde het bestreden besluit heeft gebaseerd, niet blijkt dat een handsfree bediening van de intercom noodzakelijk is. Voorts heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de door gedaagde verstrekte vergoeding voorziet in een bedieningspunt in zowel de huiskamer als de slaapkamer.

De Raad overweegt het volgende.

Tussen partijen is niet in geschil dat appellant is aangewezen op een woonvoorziening in de vorm van een elektrische deuropener met intercom. Het geding spitst zich toe op de vraag of gedaagde daarbij terecht is uitgegaan van de standaarduitvoering zonder handsfree bedieningsmogelijkheid.

Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat hij aangewezen is op een intercom met handsfree bediening.

Gelet op de onder de gedingstukken aanwezige gegevens, waaronder met name de medische adviezen van 13 juni 2001, 1 oktober 2001 en 22 november 2001, heeft hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan in de aangevallen uitspraak is neergelegd. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en ziet geen aanknopingspunten voor de conclusie dat de medische advisering waarop het bestreden besluit berust voor onjuist moet worden gehouden. Ten tijde in geding was appellant in staat te achten gebruik te maken van een elektrische deuropener met intercom, bedienbaar vanuit woon- en slaapkamer. Naar in het voorgaande tevens ligt besloten heeft de Raad in het niet gemotiveerde briefje van de huisarts noch in de notitie van de revalidatiearts grond gevonden voor een ander oordeel.

Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. M.I. ’t Hooft, in tegenwoordigheid van S.M.A. School als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2006.

(get.) M.I. ’t Hooft.

(get.) S.M.A. School.

JK/16125