Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AU8541

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
15-12-2005
Datum publicatie
22-12-2005
Zaaknummer
04/5768 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

WUV-gerechtigde op grond van psychische klachten. Aanvraag voor vergoeding multivitaminen en voedingssupplementen terecht afgewezen.

Wetsverwijzingen
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 20
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/5768 WUV

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij besluit van 24 september 2004, kenmerk JZ/C70/2004/0636, heeft verweerster ten aanzien van eiser uitvoering gegeven aan de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, hierna: de Wet.

Eiser heeft tegen dit besluit bij de Raad beroep ingesteld. In een aanvullend beroepschrift met bijlagen heeft eiser de gronden aangevoerd waarop het beroep steunt.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 17 november 2005. Aldaar is eiser niet verschenen en heeft verweerster zich doen vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom- van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

Eiser, geboren [in] 1941, is met toepassing van artikel 3, tweede lid (oud), van de Wet met de vervolgde gelijk gesteld. Verweerster heeft aanvaard dat de bij eiser aanwezige psychische klachten door of in verband met de vervolging van zijn ouders zijn ontstaan. Aan eiser zijn een periodieke uitkering en voorzieningen in verband met de bij hem bestaande psychische klachten toegekend. Bij besluit van 31 juli 2002 heeft verweerster een door eiser ingediend verzoek om toekenning van een voorziening voor multivitamine, extra vitamine C en finimal afgewezen op de grond dat voor deze voorziening geen medische dan wel medisch-sociale indicatie aanwezig is in verband met eisers causale psychische klachten.

In november 2003 heeft eiser bij verweerster een aanvraag ingediend om toekenning van onder meer een voorziening voor voedingssupplementen. Deze aanvraag van eiser is bij besluit van 10 juni 2004, zoals na bezwaar gehandhaafd bij het thans bestreden besluit afgewezen. Verweerster heeft daarbij het advies gevolgd van haar geneeskundig adviseur, inhoudende dat in het geval van eiser geen sprake is van een causale voedselopname-stoornis, zodat normale voeding voldoende moet worden geoordeeld.

Eiser kan zich met de afwijzing van zijn verzoek niet verenigen. Hij heeft daarbij gewezen op de omstandigheid dat zijn behandelend psychiater K. Mengelberg hem heeft voorgeschreven de in geding zijn de voedingssupplementen te slikken.

De Raad overweegt als volgt.

Naar namens verweerster ter terechtzitting is toegelicht is verweerster primair tot haar standpunt gekomen op grond van de overweging dat voor het slikken van voedingssupplementen uitsluitend bij een met de vervolging in verband staande voedselopnamestoornis sprake is van extra kosten als bedoeld in artikel 20 en 21 van de Wet, aangezien in alle andere gevallen normaal gezonde voeding voldoende wordt geoordeeld. Daarnaast is verweerster tot haar afwijzing gekomen op grond van de overweging dat het voorschrijven van voedingssupplementen niet als een in medisch psychiatrische kring algemeen aanvaarde behandelmethode geldt.

De Raad overweegt als volgt.

De Raad onderschrijft het standpunt van verweerster dat in het algemeen het slikken van voedingssupplementen geen extra of bijzondere kosten met zich brengt als bedoeld in artikel 20 dan wel 21 van de Wet, aangezien het onder normale omstandigheden bij normaal gezonde voeding niet noodzakelijk is om extra voedingssupplementen tot zich te nemen. Slechts indien sprake is van een voedingsopnamestoornis kan het voor het behoud van een goede gezondheid geïndiceerd zijn extra voedingssupplementen in te nemen. In het geval van eiser is niet gebleken van een dergelijke opnamestoornis. In zijn geval is derhalve geen sprake van extra of bijzondere kosten die ingevolge de Wet voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. De omstandigheid dat de voedingssupplementen eiser zijn voorgeschreven door zijn behandelend psychiater K. Mengelberg doet dit niet anders zijn, nu het voorschrijven van voedingssupplementen geen gangbare behandeling betreft bij psychische klachten. Verweerster heeft derhalve op goede gronden geoordeeld dat een voorziening voor voedingssupplementen op grond van artikel 20, noch op grond van artikel 21 van de Wet aan eiser kan worden toegekend.

Dit betekent dat het beroep van eiser ongegrond verklaard moet worden.

De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R. Geerling- Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 15 december 2005.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) J.P.Schieveen.