Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AU8139

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
01-12-2005
Datum publicatie
15-12-2005
Zaaknummer
04/2734 APPA
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onbevoegdheid Raad inzake Vergoedingsregeling bestuursleden Knooppunt Arnhem- Nijmegen

Wetsverwijzingen
Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers 162
Algemene wet bestuursrecht 1:2
Algemene wet bestuursrecht 8:70
Grondwet 112
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2006/35
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/2734 APPA

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

en

het College van Bestuur van het Knooppunt Arnhem-Nijmegen, verweerder.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Namens eiser is op de daartoe bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 28 januari 2004, kenmerk KAN2004.74/BV/MG.

Namens verweerder is een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 20 oktober 2005 waar eiser in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. H.G.M. van de Veerdonk, werkzaam bij AbvaKabo die daartoe door de Raad was opgeroepen. Verweerder heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door mr. A.G. Kerkhof, advocaat te 's-Hertogenbosch, die daartoe eveneens door de Raad was opgeroepen, en [naam getuige], werkzaam bij het Knooppunt Arnhem-Nijmegen (hierna: KAN).

II. MOTIVERING

Eiser, geboren in juli 1949, is van 1 juni 1990 tot 14 april 1994 wethouder geweest van de gemeente [naam gemeente]. Van

24 februari 1995 tot en met 31 mei 2002 is hij lid van het College van Bestuur van het KAN geweest. Het KAN is een samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling) van gemeenten in de regio Arnhem-Nijmegen, waaraan ook de gemeente [naam gemeente] deelneemt.

Bij besluit van 11 juli 2002 heeft verweerder aan eiser een ontslaguitkering toegekend voor de periode van 1 juni 2002 tot

1 juni 2008 in verband met het beëindigen van zijn lidmaatschap van het College van Bestuur van het KAN.

Bij brief van 21 augustus 2002 heeft eiser aan verweerder verzocht om de einddatum van zijn recht op de ontslaguitkering vast te stellen op het tijdstip waarop door hem de 65-jarige leeftijd wordt bereikt. Daartoe heeft hij aangevoerd dat hij voldoet aan de criteria die daarvoor zijn opgenomen in artikel 132, tweede lid, van de Algemene Wet Politieke Ambtsdragers (Appa), te weten dat hij ten tijde van zijn aftreden reeds 50 jaar oud was en dat hij in het tijdvak van twaalf jaren dat direct aan zijn aftreden is voorafgegaan tenminste tien jaren wethouder is geweest. Eiser meent dat zijn lidmaatschap van het College van Bestuur van het KAN in dit verband gelijk gesteld kan worden met zijn wethouderschap in de gemeente [naam gemeente] en dat daarom de perioden waarin hij deze functies heeft bekleed bij elkaar opgeteld dienen te worden.

Bij besluit van 18 april 2003, zoals na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit van 28 januari 2004, heeft verweerder op dat verzoek afwijzend beslist. In het bestreden besluit is vermeld dat eiser daartegen beroep kan instellen bij de Centrale Raad van Beroep.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Arnhem, welke rechtbank het beroep heeft doorgezonden aan de Raad, aangezien naar haar mening niet zij, maar de Raad bevoegd is het beroep te behandelen.

De Raad staat allereerst voor de vraag of hij bevoegd is kennis te nemen van het aan hem voorgelegde geschil. Eiser heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat niet de Raad, maar de rechtbank Arnhem daartoe bevoegd is. Verweerder meent dat de Raad op grond van de Appa de bevoegde rechter is.

De Raad stelt omtrent zijn bevoegdheid het volgende vast.

Ingevolge artikel 162 van de Appa kan een belanghebbende beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep tegen een besluit op grond van de vijfde afdeling van deze wet. De vijfde afdeling handelt over leden van gedeputeerde staten en wethouders.

Het bestreden besluit ziet op de toekenning van een (voortgezette) uitkering aan eiser als gewezen lid van het Dagelijks Bestuur van het KAN. De Raad stelt vast dat eiser als lid van het Dagelijks Bestuur van het KAN noch gedeputeerde noch wethouder was. Naar het oordeel van de Raad is dit derhalve niet een besluit op grond van de vijfde afdeling van de Appa, maar een besluit op grond van de Vergoedingsregeling bestuursleden KAN. Deze regeling is op 20 april 1995 vastgesteld door het algemeen bestuur van het KAN, waarbij blijkens de aanhef van deze regeling de bepalingen van de Gemeentewet, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de gemeenschappelijke regeling Regionaal Openbaar Lichaam Arnhem-Nijmegen in aanmerking zijn genomen. Dat in artikel 3 van deze regeling is bepaald dat de Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van de gemeente Nijmegen van toepassing is, maakt het voorgaande niet anders.

Evenmin is het bestreden besluit een besluit waarbij eiser als voormalig wethouder van de gemeente [naam gemeente] als bedoeld in de vijfde afdeling van de Appa als zodanig belanghebbende is. Eiser is namelijk uitsluitend belanghebbende bij dat besluit in zijn hoedanigheid van lid van het College van Bestuur van het KAN in de periode februari 1995 tot en met mei 2002.

Nu de Raad ook niet op andere gronden bevoegd kan worden geacht, moet de Raad zich onbevoegd verklaren om van het tussen partijen bestaande geschil kennis te nemen.

In het vorenstaande ziet de Raad aanleiding toepassing te geven aan artikel 6:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Gelet op artikel 8:1, eerste lid, van deze wet zal de Raad het beroep doorzenden (in dit geval: terugzenden) naar de rechtbank Arnhem, sector bestuursrecht.

De Raad stelt vast dat er geen termen aanwezig zijn voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen;

Bepaalt dat de griffier het beroepschrift, met de daarbij behorende stukken, doorzendt

aan de rechtbank Arnhem, sector bestuursrecht.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter, en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2005.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) E. Heemsbergen.