Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AU7817

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-12-2005
Datum publicatie
13-12-2005
Zaaknummer
03/5907 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vaststelling toelage aan niet medicus na wegvallen praktijkinkomsten als gevolg van invoering Honoreringsregeling medisch specialisten 1999.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

03/5907 AW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van Bestuur van het Universitair Medisch Centrum Utrecht, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Namens appellant is op de daartoe bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 16 oktober 2003, nr. SBR 2001/2340, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.

Desgevraagd is namens appellant bij brief van 21 juni 2005 medegedeeld dat het hoger beroep wordt gehandhaafd.

Het geding is behandeld ter zitting van 21 oktober 2005, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. C.I. van Gent, advocaat te Den Haag. Gedaagde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. L.V. Sloot, advocaat te Den Haag, en [medewerker], werkzaam bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU).

II. MOTIVERING

1.Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Appellant is als biochemicus werkzaam als hoofd van het laboratorium van de afdeling [afdeling] van het UMCU. In die hoedanigheid ontving appellant als niet-medicus naast zijn ambtelijk salaris conform salarisschaal 12 van het Rechtspositiereglement Academische Ziekenhuizen (RRAZ), een toelage van de voormalige maatschap van de medisch specialisten [afdeling]. Deze toelage werd bekostigd uit de door die specialisten verworven inkomsten uit particuliere praktijk.

1.2. Op 7 april 1999 hebben de belangenverenigingen van academische ziekenhuizen en medisch specialisten het Onderhandelaarsakkoord Honorering Medisch Specialisten gesloten. Deze zogenoemde Honoreringsregeling houdt onder meer in dat per 1 juni 1999 de vrije praktijkvoering wordt beëindigd, dat de praktijkinkomsten worden omgerekend naar een nieuw ambtelijk inkomen alsmede dat nieuwe salarisschalen worden ingevoerd. Dit akkoord is neergelegd in hoofdstuk 14a (de artikelen 109 tot en met 109.20) van het RRAZ. In het Onderhandelaarsakkoord is tevens overeengekomen dat de Raden van Bestuur voor niet-medisch specialisten die niet onder de Honoreringsregeling vallen, maar die wel uitkeringen uit de praktijkinkomsten van medisch specialisten ontvingen, afzonderlijke geïndividualiseerde regelingen treffen.

1.3. Bij besluit van 18 mei 2001, nader gemotiveerd bij besluit van 27 februari 2003 heeft gedaagde appellant met ingang van 1 juni 1999 ter compensatie voor het wegvallen van zijn toelage uit de maatschap een ambtelijke toelage toegekend van f 3.674,84 per maand en daarbij tevens beslist dat die toelage wordt geïndexeerd conform de index van het RRAZ.

1.4. Voor de bepaling van de hoogte van deze toelage heeft gedaagde aangesloten bij de in de artikel 109.5, eerste lid, van het RRAZ opgenomen berekeningswijze. Dit betekent dat gedaagde is uitgegaan van de door appellant gemiddeld over de jaren 1996 tot en met 1998 ontvangen toelage uit de praktijkinkomsten en op de aldus verkregen inkomsten 16,75% in mindering heeft gebracht in verband met werkgeverslasten.

1.5. De grieven van appellant richten zich tegen de berekeningswijze van de toelage, in het bijzonder tegen het middelen van de praktijkinkomsten over de jaren 1996 tot en met 1998 en het in mindering brengen daarop van 16,75%.

1.6. Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

2.1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat gedaagde een ruime beleidsvrijheid toekwam bij het vormgeven aan de aan niet-medici toe te kennen compensatie en dat de wijze waarop gedaagde daaraan invulling heeft gegeven door op hoofdlijnen aan te sluiten bij de regeling zoals die ook voor medisch specialisten is ontwikkeld, op zichzelf niet kennelijk onredelijk is te achten. Evenmin achtte de rechtbank het onredelijk dat gedaagde, overeenkomstig de Honoreringsregeling, is uitgegaan van de gemiddelde inkomsten over de jaren 1996 tot en met 1998 en daarop 16,75% in mindering heeft gebracht.

2.2. Het feit dat gedaagde de in de Honoreringsregeling opgenomen zogenaamde

f 10.000,- regeling niet heeft toegepast (inhoudende dat de specialist zodanig wordt ingeschaald dat zijn bruto-inkomen daardoor met tenminste f 10.000,- op jaarbasis stijgt voor zover daarmee het maximum van de schaal niet wordt overschreden), behoefde voor gedaagde geen aanleiding te zijn appellant hiervoor op enigerlei wijze schadeloos te stellen, aldus de rechtbank. Voor gedaagde bestaat geen verplichting de Honorerings-regeling ten volle op appellant toe te passen.

3.1. De Raad ziet in hetgeen van de zijde van appellant in hoger beroep is aangevoerd geen reden het oordeel van de rechtbank, alsmede de overwegingen op grond waarvan de rechtbank tot haar oordeel is gekomen, niet te volgen.

3.2. Daartoe heeft de Raad overwogen dat, zoals ook de rechtbank terecht heeft overwogen, er voor gedaagde geen enkele verplichting gold appellant op eenzelfde wijze te behandelen, dan wel appellant in eenzelfde (inkomens-)positie te brengen als de medisch specialisten. Het enkele feit dat appellant financieel jarenlang in een soortgelijke positie heeft verkeerd als medisch specialisten, is daarvoor onvoldoende. Vergelijking van appellants situatie met die van medisch specialisten behoeft derhalve geen maatstaf te zijn voor een beoordeling of de door gedaagde ten aanzien van appellant getroffen regeling al dan niet redelijk is.

3.3. De Raad is voorts van oordeel dat gedaagde, door de toelage te berekenen conform het voor specialisten geldende artikel 109.5, eerste en tweede lid, van het RRAZ, niet op onjuiste wijze het inkomen heeft vastgesteld dat appellant, naast zijn ambtelijk inkomen, vóór 1 juni 1999 op jaarbasis aan praktijkinkomsten ontving. Door dit bedrag als toelage toe te kennen, kan gedaagde geacht worden in voldoende mate invulling te hebben gegeven aan het uitgangspunt dat niet-medici er, evenals de medisch specialisten, niet in inkomen op achteruit mochten gaan.

3.4. De Raad wijst er voorts op dat de ten aanzien van appellant getroffen regeling in bepaalde opzichten gunstiger kan uitwerken dan de inschaling van specialisten. Specialisten, die onder de garantieregeling vallen, konden, gelet op artikel 109.5, tweede lid, onder b, worden geconfronteerd met een nominale bevriezing van hun inkomen gedurende een periode van maximaal vijf jaar. Deze bepaling heeft gedaagde niet op appellant toegepast. Niet alleen zijn de salarisverhogingen die appellant in zijn ambtelijke schaal ontvangt (waaronder ook de salarisverhoging per 1 juni 1999 alsmede de verhogingen op grond van zijn bevordering naar schaal 14 per 1 januari 2000), niet van invloed op de hoogte van zijn toelage, daarnaast wordt ook die toelage zelf nog geïndexeerd.

Bovendien worden medisch specialisten met een garantietoelage ingeschaald op het maximum van de voor hen geldende schaal, zodat de f 10.000,- -regel op hen evenmin toegepast kan worden.

5. Het hoger beroep van appellant treft derhalve geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. A. Beuker-Tilstra als voorzitter en mr. J.Th. Wolleswinkel en mr. A.W.M. Bijloos als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 december 2005.

(get.) A. Beuker-Tilstra.

(get.) P.W.J. Hospel.

HD

07.11