Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AU7420

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-11-2005
Datum publicatie
05-12-2005
Zaaknummer
04/5928 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Herberekening berekeningsbeschikking met betrekking tot de vergoeding van de kosten van opname en verzorging in het verzorgingshuis Beth Joles, inclusief de verschuldigde inkoopsom.

Wetsverwijzingen
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 20
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/5928 WUV

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[eiser], wonende te [woonplaats] (Israël), eiser,

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij besluit van 26 augustus 2004, kenmerk JZ/U80/2004/0551, heeft verweerster ten aanzien van eiser uitvoering gegeven aan de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, hierna: de Wet.

Eiser heeft tegen dit besluit bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift heeft eiser de gronden aangevoerd, waarop zijn beroep steunt.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Eiser heeft bij brief van 7 maart 2005 zijn reactie op dat verweerschrift aan de Raad doen toekomen en de gronden van zijn beroep bij brief van 19 september 2005 nog aangevuld.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 6 oktober 2005. Aldaar is eiser, zoals vooraf aangekondigd, niet verschenen en heeft verweerster zich doen vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

Eiser, geboren op 8 februari 1922, is vervolgde en uitkeringsgerechtigde in de zin van de Wet. Bij op bezwaar genomen besluit van verweerster van 24 oktober 2001 is aan eiser op grond van artikel 20, derde lid, van de Wet een vergoeding toegekend van de kosten van opname en verzorging van hem en zijn inmiddels overleden echtgenote in het verzorgingshuis Beth Joles, inclusief de verschuldigde inkoopsom. Bij besluit van 24 april 2003 is aan eiser met ingang van 1 september 2002 een vergoeding toegekend voor opname en verzorgingskosten van zijn partner.

Bij nader bericht van 15 april 2004, ter toelichting op de berekeningsbeslissing van 30 maart 2003, heeft verweerster onder meer meegedeeld dat de door eiser betaalde verplichte donatie in verband met de intrek van zijn partner welke in de maand november 2003 was opgenomen in de berekening van zijn vergoeding verzorgingskosten, niet had mogen worden vergoed omdat het een bijdrage betreft aan het fonds waaruit periodiek cadeaus voor het personeel moeten worden bekostigd en dat in plaats daarvan de verzekering voor de verpleegafdeling had moeten worden vergoed. Verweerster heeft in verband daarmee besloten tot een herberekening bij de berekeningsbeschikking van maart 2003.

Eiser heeft tegen deze herberekening bezwaar gemaakt omdat hij zich niet kan vinden in verweersters weigering de door hem bij opname van zijn partner in Beth Joles gedane verplichte fondsdonatie te vergoeden. Het betreft een intern fonds ter wederzijdse hulp aan bewoners van Beth Joles en niet om cadeaus aan het personeel te bekostigen.

Bij het thans bestreden besluit heeft verweerster haar weigering de door eiser gedane fondsdonatie te vergoeden gehandhaafd. Daartoe is overwogen dat dit fonds niet wordt aangewend voor de basisverzorging en -verpleging van de bewoners van Beth Joles.

De Raad overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 20, derde lid, van de Wet, komen - kort weergegeven - voor vergoeding in aanmerking de kosten van verpleging en verzorging in een daartoe bestemde inrichting, indien opname in die inrichting geschiedt wegens ziekten of gebreken die door of in verband met de vervolging zijn ontstaan of verergerd.

Uit de gedingstukken blijkt dat eiser ten behoeve van zijn partner als nieuwe bewoner van Beth Joles een donatie heeft moeten schenken voor een intern fonds genaamd “Vergeet mij niet als ik ouder word”, welk fonds volgens de informatie van de directeur van Beth Joles wordt aangewend voor het verlenen van wederzijdse hulp aan bewoners van Beth Joles. Het dient om de kosten van allerlei sociale activiteiten van het tehuis te financieren.

Zoals de Raad reeds eerder heeft geoordeeld in zijn uitspraak van 28 april 2005, 03/6565 WUV (LJN AT5029), heeft verweerster zich, gegeven de doelstelling van het fonds “Vergeet mij niet als ik ouder word”, op goede gronden op het standpunt gesteld dat de gelden van dit fonds een sociale bestemming hebben en dat geen sprake is van kosten van verpleging en verzorging die op de voet van artikel 20, derde lid, van de Wet voor vergoeding in aanmerking komen.

Eiser heeft nog aangevoerd dat terecht sociale en culturele activiteiten deel uitmaken van de pensionprijs van een bejaardentehuis omdat zij bijdragen aan de geestelijke gezondheid van de bewoners en dat het derhalve niet juist is de in artikel 20, derde lid, van de Wet genoemde “verpleging en verzorging” eng te definiëren.

De Raad wijst er echter op dat artikel 20 van de Wet betrekking heeft op medisch noodzakelijke kosten en dat de doelstelling van het in geding zijnde fonds daaronder niet kan worden begrepen. Mitsdien heeft verweerster terecht geweigerd deze kosten te betrekken bij de aan eiser toegekende vergoeding van de bij opname in Beth Joles te betalen inkoopsom.

Dit betekent dat het beroep van eiser ongegrond verklaard moet worden.

De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht en beslist als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid R.B.E. van Nimwegen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 17 november 2005.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) R.B.E. van Nimwegen.