Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AU7405

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-11-2005
Datum publicatie
05-12-2005
Zaaknummer
05-2796 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te worden gebracht voor een loongerelateerde WW-uitkering. Niet aangetoond dat over tenminste 52 dagen per jaar loon is ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

05/2796 WW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Appellant is op daartoe bij beroepschrift aangevoerde gronden in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Almelo op 26 april 2005 tussen partijen gewezen uitspraak, reg.nr. 04/735 WW, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Met zijn brieven van 13 juni, 31 juli en 10 augustus 2005 heeft appellant nadere informatie verstrekt.

Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven de behandeling van het geding ter zitting van de Raad achterwege te laten.

II. MOTIVERING

Bij de aangevallen uitspraak is de rechtbank uitvoerig gemotiveerd tot het oordeel gekomen dat gedaagde bij het thans bestreden besluit van 20 juli 2004 terecht het bezwaar van appellant tegen gedaagdes beslissing van 14 juli 2003 ongegrond heeft verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft gedaagde overwogen dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te worden gebracht voor een loongerelateerde WW-uitkering. De rechtbank heeft er daartoe onder meer op gewezen dat niet is aangetoond dat appellant in de periode 1996 tot en met 1999 over tenminste 52 dagen per jaar loon heeft ontvangen. De omstandigheid dat de benodigde gegevens, waaronder appellants administratie, verloren zouden zijn gegaan bij de sloop van het kantoorgebouw waar appellants werkgever gehuisvest zou zijn geweest, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders, omdat verondersteld mag worden dat appellant in staat moet worden geacht ook op andere wijze documenten te bemachtigen waaruit blijkt dat hij in de jaren 1996 tot en met 1999 loon heeft ontvangen.

De Raad onderschrijft dat oordeel en maakt de overwegingen die de rechtbank tot dat oordeel hebben geleid, tot de zijne.

Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd bevat in vergelijking tot het gestelde in eerste aanleg, geen nieuwe of andere gronden en behoeft derhalve, gelet op het hiervoor overwogene, geen bespreking meer.

Op grond van het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. H. Bolt, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 november 2005.

(get.) H. Bolt.

(get.) P. Boer.