Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AU6942

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-11-2005
Datum publicatie
28-11-2005
Zaaknummer
05-376 WSF + 05-3567 WSF
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Geen procesbelang meer bij toetsing van aangevallen uitspraak. Raad beperkt zich met toepassing van artikel 6:19 Awb tot beoordeling van het nadere besluit. Vergoeding griffierecht. Fout bij toekenning studiefinanciering. Halvering studieschuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

05/376 + 05/3567 WSF

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij besluit van 17 december 2002 heeft gedaagde geweigerd appellants prestatiebeurs om te zetten in een gift.

Bij besluit van 11 maart 2003 (hierna: het bestreden besluit) heeft gedaagde appellants bezwaar tegen het besluit van 17 december 2002 ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 31 december 2004, reg.nr. AWB 03/306, heeft de rechtbank ’s-Gravenhage het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep op formele gronden gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven en gedaagde bevolen het door appellant betaalde griffierecht te vergoeden.

Appellant heeft tegen die uitspraak hoger beroep ingesteld op bij beroepschrift van 17 januari 2005 aangevoerde gronden.

Gedaagde heeft een verweerschrift, gedateerd 22 maart 2005, ingediend, waarin is aangekondigd dat de studieschuld van appellant met 50% zal worden verminderd evenals in de zaak van zijn broer (bij de Raad bekend onder nummer 04/4449 WSF) was geschied.

Bij besluit van 6 mei 2005 (Bericht Terugbetalen 2005) heeft gedaagde aan dit voornemen uitvoering gegeven door appellants langlopende schuld, inclusief de berekende rente, met 50% te verminderen, in verband waarmee die schuld, die op 1 januari 2005 € 16.343,95 beliep, per 1 mei 2005 is vastgesteld op € 7.975,79.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 2 september 2005. Appellant is niet verschenen. Gedaagde heeft zich doen vertegenwoordigen door drs. P. Slagter, werkzaam bij de Informatie Beheer Groep.

II. MOTIVERING

De Raad stelt allereerst vast dat het bestreden besluit is achterhaald door het nadere besluit van 6 mei 2005, waarbij de studieschuld alsnog is gehalveerd.

Dit brengt mee dat appellant geen procesbelang meer heeft bij een toetsing van de aangevallen uitspraak en dat de Raad zich met toepassing van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan beperken tot een beoordeling van het nadere besluit.

In verband met het wegvallen van het procesbelang moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Nu gedaagde appellant gedeeltelijk is tegemoetgekomen, is er aanleiding om de Informatie Beheer Groep te veroordelen tot vergoeding van het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht.

Met betrekking tot het besluit van 6 mei 2005 overweegt de Raad dat daaraan terecht het standpunt ten grondslag ligt dat het door appellant overgelegde diploma 'Gradué en Electromécanique' van de Haute Ecole EPHEC te Bruxelles (België) geen aanspraak geeft op omzetting van de prestatiebeurs in een gift, nu die opleiding niet behoort tot de ingevolge artikel 2.14 van de Wet studiefinanciering 2000 bij ministeriële regeling specifiek aangewezen opleidingen en zij evenmin in het kader van het zogenoemde grenslandenbeleid met een zodanige opleiding gelijkgesteld is. Appellants stelling dat voor alle hbo-opleidingen in een land dat tot de Europese Unie behoort aanspraak op studiefinanciering bestaat, vindt geen steun in enige wettelijke of verdragsrechtelijke regeling.

In het feit dat gedaagde zelf een fout heeft gemaakt door ten onrechte studiefinanciering toe te kennen en te continueren heeft gedaagde aanleiding gezien om - evenals in de zaak van de broer - de studieschuld van appellant te halveren.

Van dit besluit kan naar het oordeel van de Raad niet worden gezegd dat gedaagde daartoe bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid niet heeft kunnen komen.

Het met toepassing van artikel 6:19 van de Awb tegen het besluit van 6 mei 2005 gericht geachte beroep moet bijgevolg ongegrond worden verklaard.

Er zijn geen proceskosten opgevoerd die met toepassing van artikel 8:75 van de Awb voor vergoeding in aanmerking komen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Verklaart het beroep dat wordt geacht te zijn gericht tegen het besluit van 6 mei 2005 ongegrond;

Bepaalt dat de Informatie Beheer Groep het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 102,- aan hem dient te vergoeden.

Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. G.J.H. Doornewaard als leden, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 25 november 2005.

(get.) J. Janssen.

(get.) J.E. Meijer.