Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AU6881

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-11-2005
Datum publicatie
28-11-2005
Zaaknummer
05-2583 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betaald griffierecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

05/2583 WW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Appellant heeft op bij beroepschrift aangegeven gronden hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Arnhem op

25 april 2005 tussen partijen gewezen uitspraak, reg. nr. AWB 04/3228 (hierna: de aangevallen uitspraak), waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 11 oktober 2005, waar partijen -gedaagde met voorafgaand bericht- niet zijn verschenen.

II. MOTIVERING

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat appellant het griffierecht niet heeft betaald, terwijl niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan appellant redelijkerwijs niet geacht kan worden in verzuim te zijn geweest.

In hoger beroep heeft appellant gesteld dat hij het griffierecht niet heeft kunnen betalen in verband met zijn financiƫle situatie.

De Raad is van oordeel dat hetgeen is aangevoerd niet tot de conclusie kan leiden dat redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat appellant niet in verzuim is geweest, reeds nu appellant zijn stelling niet heeft onderbouwd. Daarbij merkt de Raad op voor dit oordeel te meer aanleiding te zien, nu appellant in het geheel niet heeft gereageerd op de brieven van de rechtbank d.dis 13 januari 2005, verzonden op 24 januari 2005 en 18 februari 2005, niet ter zitting van de rechtbank d.d. 22 april 2005 is verschenen en eerst in hoger beroep een beroep doet op zijn financiƫle onmacht.

Gelet hierop komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 november 2005.

(get.) H.G. Rottier.

(get.) M.D.F. de Moor.