Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AT8197

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
17-06-2005
Datum publicatie
27-06-2005
Zaaknummer
03/5585 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bestreden besluit niet langer gehandhaafd. UWV gaat nieuwe beslissing nemen op WAO-aanvraag. Belang van appellant aan zijn hoger beroep is komen te ontvallen. Niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

03/5585 WAO

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij besluit van 11 november 2002 heeft gedaagde ongegrond verklaard het bezwaar van appellant tegen het besluit van

28 mei 2002 waarbij zijn aanvraag tot toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is afgewezen omdat hij niet in overeenstemming met de Wet Arbeid Vreemdelingen arbeid heeft verricht.

De rechtbank Rotterdam heeft bij uitspraak van 29 september 2003 onder kenmerk 02/3388 het namens appellant tegen dat besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Namens appellant is mr. W.H. van Zundert, advocaat en procureur te Rotterdam, op bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden van die uitspraak bij de Raad in hoger beroep gekomen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 24 november 2004 heeft de Raad gedaagde verzocht kenbaar te maken hoe zijn standpunt zich verhoudt tot de uitspraak van de Raad van 4 juli 2003, gepubliceerd in USZ 2003/262.

Gedaagde heeft de Raad in antwoord hierop bij brief van 20 december 2004 medegedeeld zijn beslissing van 11 november 2002 niet langer te handhaven en een nieuwe beslissing op de WAO-aanvraag van appellant te zullen nemen.

Namens appellant is bij schrijven van 20 januari 2005 medegedeeld dat het hoger beroep wordt gehandhaafd.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 21 april 2005, waar appellant in persoon is verschenen en gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. H. van Wijngaarden, werkzaam bij het Uwv.

II. MOTIVERING

Ter zitting heeft gedaagde bevestigd het besluit van 11 november 2002 niet langer te handhaven en een nieuwe beslissing te zullen nemen op de WAO-aanvraag van appellant.

De Raad stelt vast dat hiermee het belang van appellant aan zijn hoger beroep is komen te ontvallen. Dit betekent dat hij in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

De Raad ziet aanleiding gedaagde te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze worden begroot op € 644,- in beroep en op € 322,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand en € 31,20 voor reiskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellant tot een bedrag groot € 997,20 te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellant betaalde griffierecht van in totaal € 116,- aan hem vergoedt.

Aldus gegeven door mr. G. van der Wiel in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2005.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A. Kovács.