Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AT8149

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
13-06-2005
Datum publicatie
23-06-2005
Zaaknummer
03/4952 NABW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Terecht oordeel dat bezwaartermijn is overschreden en dat geen sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

03/4952 NABW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Namens appellante heeft mr. L.C.H. Karstanje, advocaat te Gouda, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 5 september 2003, reg.nr. NABW 03/446.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 7 maart 2005, waar appellante in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. L.C.H. Karstanje en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door P. Schwachöfer, werkzaam bij de gemeente Bergen.

Partijen hebben na de sluiting van het onderzoek ter zitting nadere stukken ingezonden. De Raad heeft daarin aanleiding gezien het onderzoek te heropenen. Met toestemming van partijen heeft de Raad vervolgens bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

II. MOTIVERING

Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad, mede gelet op de gedingstukken, naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

Bij besluit van 21 juli 1998, op 22 juli 1998 bij - niet aangetekende - brief verzonden aan het adres van appellante, heeft gedaagde de aan appellante verleende bijstand ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw) over de periode van 1 oktober 1997 tot en met 30 april 1998 tot een bedrag van ƒ16.643,87 van haar teruggevorderd.

Bij besluit van 16 februari 1999, op 17 februari 1999 bij - niet aangetekende - brief verzonden aan het adres van appellante, heeft gedaagde de aan appellante verleende bijstand over de periode van 1 mei 1998 tot en met 30 november 1998 tot een bedrag van ƒ13.879,76 eveneens van haar teruggevorderd.

Bij brief van 4 juli 2002 heeft mr. Karstanje namens appellante bezwaar gemaakt tegen de besluiten van 21 juli 1998 en 16 februari 1999.

Bij besluit van 25 maart 2003 heeft gedaagde het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Namens appellante heeft mr. Karstanje beroep ingesteld tegen het besluit van 25 maart 2003. Daarbij is aangevoerd dat appellante de besluiten van 21 juli 1998 en 16 februari 1999 niet heeft ontvangen en dat zij daarvan pas veel later, in het kader van de invorderingsprocedure, kennis heeft gekregen.

Bij de - uitvoerig gemotiveerde - aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 25 maart 2003 ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe geoordeeld dat geen sprake is van een niet ongeloofwaardige ontkenning door appellante van de ontvangst van de besluiten van 21 juli 1998 en 16 februari 1999, dat aldus ten aanzien van beide besluiten de bezwaartermijn is overschreden en dat geen sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen geheel. Hij voegt daaraan nog toe, dat niet is gebleken dat appellante ten tijde van (het nemen van en de verzending van) de besluiten van 21 juli 1998 en 16 februari 1999 reeds een gemachtigde had, zodat gedaagde beide besluiten terecht aan appellante zelf heeft toegezonden.

Uit het voorgaande volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.

De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2005.

(get.) Th.G.M. Simons.

(get.) L. Jörg.

JK/1365