Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AT7584

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
09-06-2005
Datum publicatie
16-06-2005
Zaaknummer
04/4793 CSV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Verzuim; niet indienen gronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/4793 CSV

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposante], gevestigd te [vestigingsplaats], opposante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, geopposeerde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij uitspraak van 25 november 2004 is het namens opposante ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 juli 2004, registratienummer 03/2522, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft P.J.J. Aniba AA, werkzaam bij De Waard Partners Accountants te Leidschendam, een verzetschrift ingediend.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 2 mei 2005, waar partijen niet zijn verschenen.

II. MOTIVERING

De uitspraak van de Raad van 25 november 2004 steunt kort samengevat hierop, dat de beroepsgronden niet binnen de door de Raad bij aangetekend schrijven van 11 oktober 2004 gestelde termijn van twee weken zijn binnengekomen en dat niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging zouden kunnen vormen voor dit verzuim.

In dit geding is de vraag of het hoger beroep van opposante terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

De Raad ziet geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in zijn genoemde uitspraak gegeven.

In aansluiting op hetgeen in die uitspraak is overwogen, merkt de Raad op dat hij ook in het verzetschrift geen aanknopingspunten heeft gevonden welke kunnen leiden tot de conclusie dat opposante het verzuim niet kan worden tegengeworpen.

Gelet op het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Awb ongegrond te verklaren.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. G. van der Wiel als voorzitter, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier en uitgesproken in het openbaar op 9 juni 2005.

(get.) G. van der Wiel.

(get.) A.H. Hagendoorn-Huls.

RB1006