Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AT7038

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-06-2005
Datum publicatie
13-06-2005
Zaaknummer
04/5106 WUV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Is overschrijding beroepstermijn verschoonbaar? Was betrokkene ten gevolge van verlamming buiten staat te handelen?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

04/5106 WUV

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposante], wonende te [woonplaats] (Indonesiƫ), opposante,

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Opposante heeft beroep ingesteld tegen een door geopposeerde genomen besluit van 10 februari 2004, kenmerk JZ/C60/2004/0071.

Bij uitspraak van 2 december 2004 heeft de Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat dit niet tijdig is ingediend.

Tegen deze uitspraak heeft opposante bij schrijven van 22 december 2004 verzet gedaan. Bij schrijven van 1 april 2005 heeft opposante ter ondersteuning van haar verzetschrift nog enkele stukken ingezonden.

Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 21 april 2005, waar opposante niet is verschenen. Geopposeerde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

In verzet heeft opposante aangevoerd dat door een tijdelijke verlamming van haar rechterbeen en rechterarm de beroeps- termijn is overschreden. Aangezien opposante zich financieel geen ziekenhuisopname kon veroorloven en derhalve genoodzaakt was zich thuis te laten behandelen is opposante niet in staat haar gronden medisch te onderbouwen.

Naar het oordeel van de Raad vormt hetgeen opposante in verzet heeft aangevoerd geen grond om de overschrijding van de beroepstermijn, die afliep op 19 mei 2004 en dus niet op 11 mei 2004 zoals abusievelijk in de uitspraak van de Raad van

2 december 2004 is vermeld, te excuseren. De Raad overweegt daartoe dat opposante zich tijdig tot een derde had kunnen wenden om (eventueel voorlopig) beroep te laten instellen. Uit het dossier is niet gebleken dat opposante daartoe niet in staat zou zijn geweest, temeer nu opposante blijkens het beroepschrift bij haar getrouwde dochter inwoonde.

Het verzet moet derhalve ongegrond worden verklaard.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2005.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) E. Heemsbergen.