Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AT4582

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
19-04-2005
Datum publicatie
25-04-2005
Zaaknummer
04/113 AOW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. Verzet is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

04/113 AOW

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposant], verblijvende te [woonplaats], opposant,

en

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Roermond op

24 november 2003, kenmerk 03/666 AOW K1, tussen partijen gegeven uitspraak.

Bij uitspraak van 4 juni 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft opposant verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op

8 maart 2005, waar partijen niet zijn verschenen.

II. MOTIVERING

Ten gevolge van het gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of hij bij zijn uitspraak van 4 juni 2004 terecht heeft geoordeeld dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is te achten.

Opposant heeft in zijn verzetschrift aangevoerd, dat hij met zijn brief van17 december 2003 tijdig hoger beroep heeft ingesteld enkel ter sauvering van de beroepstermijn. Voor alle zekerheid heeft opposant genoemd beroepschrift herhaald op

7 januari 2004.

De Raad acht het onaannemelijk dat opposant de brief met datumvermelding 17 december 2003, welke brief ter griffie van de Raad niet is ontvangen, op die dag ook daadwerkelijk heeft opgesteld en verzonden.

Indien dit namelijk wel het geval zou zijn dan is niet logisch dat opposant op 17 december 2003 al het pas na ontvangst van die brief door de Raad toe te kennen registratienummer in die brief kon vermelden.

De Raad stelt voorts vast dat opposant in de uitspraak van de rechtbank Roermond duidelijk is gewezen op de hoger beroepstermijn van zes weken. Deze termijn is er een van openbare orde.

Het beroepschrift is blijkens de poststempel op de enveloppe waarin het beroepschrift zich bevond op 8 januari 2004 ter post bezorgd, derhalve na het verstrijken van de beroepstermijn, welke afliep op 7 januari 2004.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas als voorzitter en mr. J.W. Schuttel en mr. C.W.J. Schoor als leden, in tegenwoordigheid van H.H.M. Ho als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 april 2005.

(get.) K.J.S. Spaas.

(get.) H.H.M. Ho.

CVG