Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AT4466

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
18-04-2005
Datum publicatie
22-04-2005
Zaaknummer
04/5941 NABW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Beroepschrift ingediend na het verstrijken van de termijn. Geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

04/5941 NABW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 september 2004, reg.nr. 04/995.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 7 maart 2005, waar appellant niet is verschenen en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door A.B.M. Stavenuiter, werkzaam bij de gemeente Ede.

II. MOTIVERING

Appellant heeft bij brief gedateerd 29 april 2004, blijkens het poststempel op de enveloppe ter post bezorgd op 9 mei 2004 en ter griffie van de rechtbank ontvangen op 11 mei 2004, beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van gedaagde ingevolge de Algemene bijstandswet van 18 maart 2004.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens, niet-verschoonbare, overschrijding van de termijn van zes weken voor het indienen van een beroepschrift. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat appellant in onvoldoende mate heeft aangetoond of aannemelijk gemaakt dat hij als gevolg van zijn psychische klachten buiten staat is geweest tijdig beroep in te stellen dan wel tijdig de hulp van een derde in te roepen.

De Raad heeft in hetgeen appellant in hoger beroep naar voren heeft gebracht geen grond gevonden om het oordeel van de rechtbank onjuist te achten. De Raad onderschrijft de door de rechtbank aan haar oordeel ten grondslag gelegde overwegingen geheel.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van L. Jörg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 18 april 2005.

(get.) Th.G.M. Simons.

(get.) L. Jörg.