Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AS9732

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
03-03-2005
Datum publicatie
11-03-2005
Zaaknummer
03/5770 APPA
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezwaarschrift is ingediend na de bezwaartermijn. Overschrijding is niet verschoonbaar geacht. dictum uitspraak betreffende de niet-ontvankelijkverklaring kan in stand blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

03/5770 APPA

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek, verweerder.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Op bij beroepschrift uiteengezette gronden is namens eiser beroep ingesteld tegen een ten aanzien van hem genomen besluit van verweerder van 7 oktober 2002.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Bij schrijven van 14 oktober 2004 is namens eiser aan de Raad, desverzocht, nadere informatie verstrekt.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 20 januari 2005. Aldaar zijn, door de Raad daartoe opgeroepen, verschenen eiser en zijn gemachtigde mr. H.J.A. Jansen, werkzaam bij de Stichting Rechtsbijstand te Roermond, alsmede verweerder bij gemachtigden W.M. van der Burcht en H.T.M. van Beek, beiden werkzaam bij de gemeente Laarbeek.

II. MOTIVERING

Bij het bestreden besluit van 7 oktober 2002 heeft verweerder het bezwaar dat namens eiser bij schrijven van 6 juni 2002 was ingediend tegen het ten aanzien van hem onder dagtekening 11 april 2002 genomen besluit ter uitvoering van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) niet ontvankelijk verklaard. Daartoe is overwogen dat het bezwaarschrift niet, zoals ingevolge artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereist, de gronden van het bezwaar bevat, en dat dit verzuim ook niet binnen de daartoe overeenkomstig artikel 6:6 van de Awb gestelde termijn is hersteld.

De Raad ziet zich echter ambtshalve in de eerste plaats gesteld voor de - in het systeem van de Awb aan de door verweerder opgeworpen kwestie voorafgaande - vraag of in dezen wel kan worden gesproken van een tijdig ingediend bezwaarschrift.

Die vraag kan de Raad niet anders dan ontkennend beantwoorden.

Uit mededelingen van partijen ter zitting is de Raad gebleken dat het besluit van 11 april 2002 op of kort na die datum per post aan eiser is verzonden en door eiser toen ook is ontvangen, maar dat eiser dit besluit vervolgens enige tijd heeft laten liggen in afwachting van door hem verhoopt nader overleg met verweerder.

Hieruit volgt dat het bezwaarschrift van 6 juni 2002 werd ingediend buiten de daartoe ingevolge artikel 6:7 van de Awb geldende termijn van 6 weken. De door eiser daarvoor aangegeven reden biedt voorts geen grondslag om de termijnoverschrijding met toepassing van artikel 6:11 van de Awb verschoonbaar te oordelen.

Het vorenstaande leidt de Raad tot de slotsom dat het bezwaar van eiser door verweerder niet ontvankelijk verklaard had dienen te worden op grond van termijnoverschrijding. Nu het dictum van het bestreden besluit op zich wel juist is, hoeft de vermelde slotsom niet tot vernietiging van dit besluit te leiden.

De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.

Beslist wordt derhalve als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R. Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van mr. A.D. van Dissel-Singhal als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2005.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) A.D. van Dissel-Singhal.