Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AS8643

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-02-2005
Datum publicatie
04-03-2005
Zaaknummer
04/3335 WUBO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens termijnoverschrijding. Verzet is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

04/3335 WUBO

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposante], wonende te [woonplaats], opposante,

en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

De Raad heeft bij uitspraak van 12 augustus 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 29 april 2004, kenmerk JZ/A60/2004, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Tegen die uitspraak is door opposante verzet gedaan bij brief van 24 september 2004.

Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 13 januari 2005. Daar is opposante in persoon verschenen en heeft geopposeerde zich doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.

Hiertoe overweegt de Raad dat de door opposante aangegeven redenen, te weten dat zij niet in staat is geweest tot het indienen van een beroepschrift en haar vertrouwensman in het buitenland verbleef, niet kunnen leiden tot het oordeel dat opposante niet in verzuim is geweest. Hierbij neemt de Raad in aanmerking dat niet is komen vast te staan dat opposante (om medische redenen) buiten staat is geweest tot het tijdig indienen van een beroepschrift. Voorts had opposante, bij afwezigheid van haar vertrouwensman, een derde kunnen inschakelen ten einde zorg te dragen voor het tijdig indienen van een summier beroepschrift waarna de vertrouwensman na zijn terugkeer de gronden van het beroep had kunnen aanvullen.

Uit het voorgaande volgt dat het door opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

Gezien het door eiseres ter zitting van de Raad uitdrukkelijke gedane verzoek en met instemming van de vertegenwoordiger van geopposeerde, zal het beroepschrift aan geopposeerde worden toegezonden met het verzoek dit in behandeling te nemen als een verzoek om herziening als bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) J.P. Schieveen.

HD

17.01