Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AS8640

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
24-02-2005
Datum publicatie
04-03-2005
Zaaknummer
04/2166 WUV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep vanwege het als verzuim te laat indienen van de beroepsgronden. Geen gronden naar voren gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

04/2166 WUV

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 17 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[apposante], wonende te [woonplaats], Indonesië, opposante,

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, geopposeerde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

De Raad heeft bij uitspraak van 29 juli 2004 het door opposante ingestelde beroep tegen een ten aanzien van haar door geopposeerde genomen besluit van 26 november 2003, kenmerk JZ/M60/2003/0927, niet-ontvankelijk verklaard aangezien het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Tegen die uitspraak is door opposante verzet gedaan bij brief van 25 oktober 2004.

Bij brief van 28 december 2004 heeft eiseres zich nader tot de Raad gewend.

Het verzet is behandeld ter zitting van de Raad op 13 januari 2005. Daar is opposante niet verschenen. Geopposeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door J.J.G.A. Theelen, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

De Raad stelt vast dat opposante in verzet geen gronden naar voren heeft gebracht die tot gegrondverklaring van het verzet dienen te leiden.

Hiertoe heeft de Raad overwogen, dat hetgeen opposante in verzet aanvoert de Raad niet leidt tot het oordeel dat opposante door het te laat indienen van haar beroepschrift niet in verzuim is geweest. De door opposante aangegeven reden, haar slechte gezondheid, steunt niet op voldoende (medische) onderbouwing. Uit de door opposante overgelegde medische verklaring komt slechts naar voren dat opposante van 23 oktober 2003 tot en met 25 oktober 2003 rust moest nemen, een periode die gelegen is vóór de datum waarop het bestreden besluit aan haar bekend is gemaakt. Derhalve is niet komen vast te staan dat opposante de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een - desnoods summier - beroepsschrift in te dienen dan wel door een derde in te laten dienen.

Uit het voorgaande volgt dat het door opposante gedane verzet ongegrond dient te worden verklaard.

Met toepassing van artikel 8:55 van de Awb wordt daarom beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2005.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) J.P. Schieveen.

HD

17.01