Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AS7562

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-02-2005
Datum publicatie
24-02-2005
Zaaknummer
03/636 WVG
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoogte toegekende financiële tegemoetkoming vervoersvoorziening. Finale kwijting. Hoger beroep wordt wegens vervallen procesbelang niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

03/636 WVG

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Dronten, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij besluit van 4 december 2001 heeft gedaagde appellante meegedeeld dat de ingevolge de Wet voorzieningen gehandicapten en de daarop berustende Verordening toegekende financiële tegemoetkoming in de kosten van vervoer per 1 januari 2002 in drie jaar tijd geleidelijk zal worden teruggebracht naar een bedrag van € 18,91 per maand.

Bij besluit van 6 februari 2002 heeft gedaagde het bezwaar tegen het besluit van 4 december 2001 ongegrond verklaard.

Bij de aangevallen uitspraak van 30 december 2002 heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 6 februari 2002 ongegrond verklaard.

Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 19 januari 2005, waar appellante zich heeft laten vertegenwoordigen door M. Bockting, en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door J. Rog, werkzaam bij de gemeente Dronten.

II. MOTIVERING

De Raad overweegt het volgende.

Ter zitting is op initiatief van de Raad een schikking tot stand gekomen.

Namens gedaagde is de bereidheid uitgesproken, onder meer gelet op de gedingstukken en de ter zitting naar voren gekomen bijzondere omstandigheden van dit geval, de forfaitaire tegemoetkoming in de kosten van vervoer van appellante van 1 januari 2003 tot 1 mei 2004 vast te stellen op € 30,48 per maand. Na deze datum zal de hoogte van deze tegemoetkoming € 18,91 bedragen. Namens appellante is verklaard dat daarmee wordt ingestemd en dat gedaagde hiermee geacht kan worden te zijn tegemoetgekomen aan het beroep.

Vervolgens hebben partijen desgevraagd elkaar uitdrukkelijk finale kwijting verleend, in verband waarmee namens appellante is verklaard dat onder meer geen verzoek zal worden gedaan om vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Gelet hierop stelt de Raad vast dat tussen partijen een finale schikking tot stand is gekomen en dat thans geen belang meer bestaat bij een beoordeling van het door appellante ingestelde hoger beroep, reden waarom dit wegens vervallen procesbelang niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. M.I. ’t Hooft als voorzitter, en mr. R.M. van Male en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van mr. I.D. Veldman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2005.

(get.) M.I. ’t Hooft.

(get.) I.D. Veldman.

RB1802