Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AS4889

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-01-2005
Datum publicatie
04-02-2005
Zaaknummer
04/2675 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Is terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard? De verzending van een stuk per fax met de status “OK” op een verzendjournaal is een indicatie, maar geen sluitend bewijs dat het betreffende geschrift door de geadresseerde in goede orde is ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

04/2675 WAO

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant,

en

de Korpsbeheerder van de politieregio Amsterdam-Amstelland te Amsterdam, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 april 2004, nummer

AWB 03/4063 WAO, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 14 december 2004, waar namens appellant is verschenen

mr. D. Veugen, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, terwijl gedaagde -met voorafgaand bericht- niet is verschenen.

II. MOTIVERING

Bij brief van 31 maart 2003 heeft appellant gedaagde in kennis gesteld van zijn besluit van diezelfde datum met betrekking tot de aanspraken van gedaagdes werknemer [naam werknemer] op een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsonge- schiktheidsverzekering (WAO).

Bij beslissing op bezwaar van 31 juli 2003 (hierna: het bestreden besluit) heeft appellant het tegen het besluit van 31 maart 2003 door appellant ingediende bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het niet tijdig is ingediend.

Gedaagde is hiervan in beroep gekomen op de grond dat appellant ten onrechte geen betekenis heeft willen toekennen aan het bewijs, bestaande in een faxjournaal, waaruit blijkt dat op 12 mei 2003 een bezwaarschrift is ingediend.

Appellant stelt zich op het standpunt op of rond 12 mei 2003 geen bezwaarschrift, per fax of anderszins, van gedaagde te hebben ontvangen. In het bestreden besluit overweegt appellant dat een faxbevestiging zoals het door gedaagde ingediende “communicatie resultaten rapport” geen wettig bewijsmiddel is waaruit onomstotelijk blijkt dat het faxbericht ook daadwerkelijk door de geadresseerde is ontvangen. Het faxbevestigingsbericht schept daartoe slechts een vermoeden.

De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, overwegende dat gedaagde middels een faxjournaal genoegzaam heeft aangetoond dat er op 12 mei 2003 een uit twee pagina’s bestaand schriftuur naar verweerder is gezonden. Verweerder heeft dit bewijs niet met ander bewijsmateriaal weerlegd, zodat het ervoor moet worden gehouden dat er tijdig bezwaar is aangetekend, aldus de rechtbank.

De Raad kan de rechtbank in haar oordeel niet volgen.

Volgens vaste jurisprudentie van de Raad, zoals bijvoorbeeld zijn door appellant aangehaalde uitspraak van 3 april 2003, gepubliceerd in AB 2003/216, is het indienen van een bezwaarschrift door middel van een faxbericht op zichzelf aan te merken als een toelaatbare wijze van verzending. De aan deze wijze van indiening verbonden risico’s dienen voor rekening van de verzender te komen. Dat brengt mee dat, mocht de ontvangst aan de andere zijde ondanks zorgvuldig onderzoek niet bevestigd kunnen worden, het op de weg van verzender ligt de verzending aannemelijk te maken.

In dit geding wordt de ontvangst van een faxbericht van gedaagde van 12 mei 2003 door appellant ontkend. Het overleggen van een verzendjournaal met de melding “OK” is naar het oordeel van de Raad in deze onvoldoende om aannemelijk te maken dat het bezwaarschrift op 12 mei 2003 bij appellant is ingediend. Wat betreft de verzending van een stuk per fax merkt de Raad op dat de status “OK” op een verzendjournaal een indicatie, maar geen sluitend bewijs, vormt dat het betreffende geschrift door de geadresseerde in goede orde is ontvangen.

Bij gebreke van een ontvangstbevestiging houdt de Raad het ervoor dat het faxbericht van 12 mei 2003 nimmer door appellant is ontvangen. Dit geldt -bij gebreke van bewijs van aangetekende verzending- overigens evenzo voor de op het voorblad van het faxbericht beloofde toezending van de originele brief per post. Gedaagde heeft met de gekozen wijze van verzending per fax, op de laatste dag van de termijn, het risico genomen dat het bezwaarschrift niet door appellant zou worden ontvangen.

Vorenstaande overwegingen leiden er toe dat het hoger beroep slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het inleidend beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. J.W. Schuttel als voorzitter en mr. C.W.J. Schoor en mr. F.J.P. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van drs. T.R.H. van Roekel als griffier en uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2005.

(get.) J.W. Schuttel.

(get. T.R.H. van Roekel.