Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2005:AS3560

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-01-2005
Datum publicatie
21-01-2005
Zaaknummer
02/744 WAO + 02/1115 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

WAO-schatting. Gecorrigeerd maatmaninkomen leidt niet tot een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

02/744 WAO + 02/1115 WAO

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 18 december 2001, reg.nrs. AWB 00/7150 en AWB 01/1022, naar welke uitspraak hierbij kortheidshalve wordt verwezen.

De gemachtigde van appellant, mr. J.J.J.M. van Ruth, advocaat te Asten, heeft bij aanvullend beroepschrift van 19 maart 2002 aangevoerd dat de rechtbank weliswaar terecht heeft bepaald dat appellant met ingang van 6 maart 2000 recht heeft op een WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, maar dat de rechtbank daarbij van een hoger maatmaninkomen dan f 23,22 per uur had moeten uitgaan.

Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.

Bij schrijven van 26 april 2004 heeft gedaagde, onder verwijzing naar een daarbij meegezonden arbeidskundig rapport van 23 april 2004, naar aanleiding van een door de Raad gestelde vraag te kennen gegeven dat het maatmaninkomen moet worden gecorrigeerd met de door appellant bedoelde CAO-verhoging en SAO-toeslag en dat het maatmaninkomen nader wordt vastgesteld op het door appellants gemachtigde genoemde bedrag van f 24,09. Gedaagde heeft daaraan toegevoegd dat het gecorrigeerde maatmaninkomen, afgezet tegen het juiste bedrag van de resterende verdiencapaciteit, nog steeds leidt tot indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 15 tot 25%, maar dat hij nu eenmaal in de aangevallen uitspraak heeft berust en aan die uitspraak uitvoering heeft gegeven.

De Raad heeft daarop herhaaldelijk getracht van appellant een reactie op gedaagdes schrijven van 26 april 2004 en het bijbehorende arbeidskundige rapport te verkrijgen, maar dat is niet gelukt. De gemachtigde van appellant heeft bericht dat hij geen contact heeft kunnen krijgen met zijn cliënt en appellant heeft niet gereageerd op door de Raad vervolgens rechtstreeks aan hem gerichte brieven.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 26 november 2004, waar partijen niet zijn verschenen. Gedaagde heeft voor de zitting schriftelijk bericht zich niet te zullen laten vertegenwoordigen. Van appellant is taal noch teken vernomen.

II. MOTIVERING

De rechtbank heeft in het in hoger beroep aangevochten gedeelte van de aangevallen uitspraak overwogen dat hetgeen door appellant pas ter zitting is aangevoerd omtrent de hoogte van het maatmaninkomen - dat volgens appellant in verband met onder meer een CAO-verhoging gesteld zou moeten worden op f 24,09 - verder buiten bespreking kan blijven, nu dit in ieder geval niet zou kunnen leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan 25 tot 35%.

De Raad onderschrijft deze overweging van de rechtbank als juist en heeft daaraan niets toe te voegen, te minder nu gedaagde het maatmaninkomen inmiddels nader heeft vastgesteld op het door appellant gewenste bedrag en appellant vervolgens niets meer van zich heeft laten horen.

De aangevallen uitspraak komt bijgevolg voor bevestiging in aanmerking voor zover aangevochten.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.

Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. S.K. Welbedacht als leden, in tegenwoordigheid van J.E. Meijer als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2005.

(get.) J. Janssen.

(get.) J.E. Meijer.