Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2004:AR5551

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
10-11-2004
Datum publicatie
11-11-2004
Zaaknummer
02/4280 WAO
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 15%. Geschikt voor ander gangbaar werk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

02/4280 WAO

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Met ingang van l januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.

Namens appellante is op bij beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 8 juli 2002, nr. Awb 01-1084 WAO H V59 G17 K1, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Gedaagde heeft een verweerschrift, met bijlagen, ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van 29 september 2004. Appellante is in persoon verschenen met bijstand van mr. J.P. van Vulpen, advocaat te Haarlem. Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E. van Hilten, werkzaam bij het Uwv.

II. MOTIVERING

1. Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hier wordt volstaan met het volgende.

1.1. Appellante is, na eerdere perioden van arbeidsongeschiktheid, in december 1999 uitgevallen wegens rug- en knieklachten.

1.2. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek is appellante bij besluit van 24 januari 2001 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheids- verzekering geweigerd omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid op 4 december 2000 op minder dan 15% moet worden gesteld. Appellante wordt, vanwege de bij haar vastgestelde medische beperkingen voor het verrichten van arbeid, geacht niet meer haar werk van buffetmedewerkster te kunnen doen. Zij wordt echter wel geschikt geacht voor andere gangbaar werk. Het besluit van 24 januari 2001 is, na gemaakt bezwaar, bij het bestreden besluit van 28 juni 2001 gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. De Raad overweegt het volgende.

3.1. Appellante neemt het standpunt in dat de rechtbank in de aangevallen uitspraak ten onrechte van oordeel is dat de bij haar aanwezige beperkingen voor het verrichten van arbeid door gedaagde niet zijn onderschat.

3.2. De Raad kan appellante hierin niet volgen. Hij onderschrijft volledig hetgeen de rechtbank in de aangevallen uitspraak dienaangaande heeft overwogen.

3.3. De Raad voegt hieraan toe dat appellante ter ondersteuning van haar betoog in hoger beroep slechts een lijst van medicijnen heeft geproduceerd. De Raad kan hieraan evenwel niet de betekenis toekennen die appellante daaraan gehecht wenst te zien omdat het enkel vermelden van medicijnen die een verzekerde zou gebruiken op zichzelf onvoldoende zegt over de beperkingen voor arbeid die hij heeft. Voorts is niet is gebleken van objectiveerbare medische bevindingen die aanleiding kunnen zijn voor twijfel aan het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts, waarop het bestreden besluit steunt. Dat oordeel is gevormd na geneeskundig onderzoek van appellante en na raadpleging van de zogenoemde behandelend sector.

3.4. Het zojuist overwogene betekent dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

4. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gegeven door mr. T. Hoogenboom als voorzitter en mr. C.P.J. Goorden en mr. B.M. van Dun als leden, in tegenwoordigheid van L. Karssenberg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 10 november 2004.

(get.) T. Hoogenboom

(get.) L. Karssenberg