Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2004:AR5369

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
04-11-2004
Datum publicatie
09-11-2004
Zaaknummer
03/3036 WUV + 03/3037 WUBO
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres zou geleden hebben onder andere aan de aandoening “kampogen”; op grond van de medische gegevens is het niet aannemelijk dat eiseres heeft geleden aan deze aandoening. Zelfs al zou zij destijds wel aan kampogen hebben geleden, dan nog zijn de huidige visusklachten daaraan niet toe te schrijven.

Wetsverwijzingen
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 7
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 20
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

03/3036 WUV + 03/3037 WUBO

U I T S P R A A K

in de gedingen tussen:

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster I, en

de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster II.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN DE GEDINGEN

Verweersters hebben onder dagtekening 28 mei 2003, kenmerk respectievelijk JZ/E70/2003/0347 en JZ/E/2003/304, ten aanzien van eiseres besluiten genomen ter uitvoering van respectievelijk de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de WUV), besluit I, en ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de WUBO), besluit II.

Tegen deze besluiten heeft eiseres op de in haar beroepschriften aangegeven gronden bij de Raad beroep ingesteld.

Verweersters hebben beiden een verweerschrift ingediend.

De gedingen zijn gevoegd behandeld ter zitting van de Raad op 23 september 2004, waar eiseres in persoon is verschenen, vergezeld door haar dochter M. Vis. Verweersters hebben zich doen vertegenwoordigen door J.A. Groeneveld, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

Eiseres, die is geboren [in] 1933 te Makassar in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in januari 2001 bij verweersters aanvragen ingediend om toekenning van uitkeringen en voorzieningen als vervolgde in de zin van de WUV dan wel als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de WUBO. Eiseres heeft daartoe aangevoerd dat zij als gevolg van haar oorlogservaringen in het voormalige Nederlands-Indië lichamelijke klachten - met name rug- en longklachten (bronchitis), visusklachten te weten “kampogen” alsmede klachten aan de speekselklieren - heeft gekregen.

Verweerster I heeft bij besluit van 22 augustus 2002, zoals na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit I, eiseres erkend als vervolgde in de zin van de WUV. Haar aanvraag om een periodieke uitkering heeft verweerster I afgewezen op de grond dat de ziekten of gebreken die voortvloeien uit de vervolging, te weten maag- en darmklachten niet het niveau van ziekte of gebrek in de zin van de WUV bereiken en dat de oogklachten, speekselklierklachten en rugklachten niet door de vervolging maar door andere oorzaken zijn ontstaan.

Verweerster II heeft de aanvraag bij besluit van 22 augustus 2002, zoals na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit II, afgewezen op de grond dat aanvaard wordt dat eiseres is getroffen door oorlogsgeweld als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, van de WUBO, maar dat niet is gebleken dat eiseres ten gevolge van haar oorlogservaringen lichamelijk of psychisch letsel heeft opgelopen dat geleid heeft tot blijvende invaliditeit in de zin van de WUBO.

Verweersters hebben zich daarbij gebaseerd op adviezen van haar geneeskundig adviseurs.

Ter beantwoording staat de vraag of de bestreden besluiten, gelet op hetgeen door eiseres in beroep is aangevoerd, in rechte kunnen standhouden.

Dienaangaande overweegt de Raad als volgt.

De bezwaren van eiseres tegen beide bestreden besluiten richten zich in het bijzonder tegen de constatering dat haar visusklachten, welke door haar behandelend oogarts Van Poppel te Breda, zijn gediagnosticeerd als “kampogen”, niet het gevolg zouden zijn van de omstandigheden en het verblijf ten tijde van haar internering in de kampen. Zij merkt op dat voornoemde oogarts haar injecties van vitamine B12 gemengd met lever heeft voorgeschreven met als resultaat dat zij weer goed kan lezen.

Uit de gedingstukken blijkt dat eiseres naar aanleiding van haar aanvragen van januari 2001 is onderzocht door de arts G.J. Laatsch die voorts nog beschikte over informatie van de endocrinoloog G. Henneman die eiseres enkele malen in verband met maag-darmklachten had gezien, de internist A.H. Bootsma die haar zag in verband met het bestaan van Barrett-slijmvliesklachten, alsmede de oogarts A.G. Tjiam die als anamnese “kampogen” maar oogheelkundig geen grove afwijkingen constateerde. De arts Laatsch heeft van zijn onderzoek een uitvoerig rapport opgemaakt, waaruit naar voren komt dat gericht lichamelijk onderzoek is verricht met betrekking tot de door eiseres aangegeven longklachten, maag-darmklachten, speekselklierklachten en visusklachten. Op grond van anamnese en fysische diagnostiek is er, volgens deze arts, op grond van alle oorlogscalamiteiten geen sprake van psychisch en/of somatisch letsel ten gevolge van de beschreven oorlogservaringen dat blijvende invaliditeit tot gevolg heeft. Wat het vervolgingsaspect betreft is er geen sprake van ziekten of gebreken ten gevolge van de ondergane vervolging.

Op basis van dit rapport hebben de geneeskundig adviseurs van verweersters geoordeeld dat de rugklachten, de visusklachten, de speekselklierklachten en de bronchitisklachten niet in verband staan met het oorlogsgeweld. Evenals uit de eerder uitgebrachte medische rapporten komt met name met betrekking tot de visusklachten van eiseres naar voren dat eiseres in de periode van 1965 tot 1967 onder behandeling was van de oogarts Van Poppel te Breda, die de diagnose “kampogen” stelde. Andere artsen hebben de diagnose evenwel nooit bevestigd. De ziekte “kampogen” is in de wetenschappelijke literatuur bekend onder de naam deficiëntie-amblyopie, (tropical) nutritional amblyopia of nutritional optic neuropathy. Van de verwijzing door eiseres naar onder andere publicaties van Moorees en Stahlie is kennis genomen. Naar de huidige inzichten speelt eiwitgebrek de belangrijkste rol en is vitaminegebrek van ondergeschikte betekenis, aldus de geneeskundig adviseurs.

De Raad acht de bestreden besluiten op grond van de genoemde adviezen naar behoren voorbereid en gemotiveerd.

In de ter beschikking staande medische gegevens heeft de Raad onvoldoende aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het door verweersters, in het spoor van haar geneeskundig adviseurs, op basis van die gegevens ingenomen standpunt over de causaliteit van de lichamelijke klachten van eiseres.

Gezien het vorenstaande kunnen de bestreden besluiten in rechte standhouden en dienen de ingestelde beroepen ongegrond te worden verklaard.

De Raad acht, ten slotte, geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

Beslist wordt derhalve als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. C.P.J. Goorden als leden, in tegenwoordigheid van L. Karssenberg als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 4 november 2004.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) L. Karssenberg.

HD

25.10