Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2004:AO9039

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
27-04-2004
Datum publicatie
11-05-2004
Zaaknummer
01/6529 NABW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling bij afzonderlijke uitspraak na intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

01/6529 NABW

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht inzake de kosten van het geding tussen:

[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, gedaagde.

I. INLEIDING

Namens verzoeker heeft mr. Th.M. van Angeren, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam van 7 november 2001 tussen partijen gegeven uitspraak.

Gedaagde heeft op 27 februari 2002 een verweerschrift ingediend.

Bij schrijven van 30 januari 2004 heeft de Raad de gemachtigde van verzoeker verzocht aan te geven of er belang is bij de voortzetting van het hoger beroep, waarop bij schrijven van 2 februari 2004 het ingestelde hoger beroep is ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad is verzocht gedaagde in de proceskosten te veroordelen.

Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.

II. MOTIVERING

Artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.

Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet zijn voormelde artikelen op het hoger beroep van overeenkomstige toepassing.

De Raad stelt vast dat de gemachtigde van verzoeker het hoger beroep heeft ingetrokken omdat gezien het nieuwe besluit dat gedaagde op 23 juli 2002 heeft genomen er geen belang meer is bij het voortzetten van de hoger beroepsprocedure.

Gedaagde heeft de Raad doen weten geen verweer te voeren terzake van de gevraagde proceskostenveroordeling.

Gelet op het vorenstaande acht de Raad termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75 van de Awb, en gedaagde in de kosten te veroordelen. Die kosten dienen aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht gesteld te worden op € 644,-- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en

1 punt voor het verschijnen ter terechtzitting) aan verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en € 322,-- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift) aan verleende rechtsbijstand in hoger beroep, totaal derhalve € 966,--.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag groot € 966,--, te betalen door de gemeente Amsterdam aan de griffier van de Raad.

Aldus gegeven door mr. Th.C. van Sloten in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 april 2004.

(get.) Th.C. van Sloten.

(get.) T. Hemelrijk-van den Oudenalder.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.