Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2004:AO6541

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
25-03-2004
Datum publicatie
30-03-2004
Zaaknummer
03/4448 PSV
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herindeling van sector 54. Culturele instellingen naar sector 44. Zakelijke Dienstverlening II. Termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

03/4448 OSV

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[B.V. X.]., gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij besluit van 3 september 2003 heeft verweerder eiseres niet ontvangen in haar bezwaren tegen de indelingsbeslissing van 19 juni 2003 wegens overschrijding van de geldende bezwaartermijn.

Namens eiseres is J. [naam algemeen directeur], algemeen directeur van eiseres, bij brief van 5 september 2003 tegen dit besluit bij de Raad in beroep gekomen.

Verweerder heeft bij brief van 11 november 2003 van verweer gediend.

Eiseres heeft bij brief van 28 januari 2004 nog nadere stukken in geding gebracht.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 12 februari 2004, waar voor eiseres is verschenen J. [naam algemeen directeur], voornoemd, en waar verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door R.J.L. van Wijk, werkzaam bij het Uwv.

II. MOTIVERING

Het geschil betreft het antwoord op de vraag of verweerder eiseres bij besluit van 3 september 2003 op juiste gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het feit dat eiseres bij het instellen van bezwaar de ingevolge de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) gestelde termijn voor het indienen van een bezwaarschrift van zes weken, niet in acht heeft genomen, en dat niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat eiseres niet in verzuim is geweest.

Bij besluit van 19 juni 2003 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld te hebben besloten tot een herindeling van eiseres van sector 54. Culturele instellingen naar sector 44. Zakelijke Dienstverlening II. Bij brief van 14 augustus 2003 heeft [naam algemeen directeur], voornoemd, namens eiseres tegen dit besluit bezwaar gemaakt. In dit bezwaarschrift schrijft [naam algemeen directeur], voornoemd: "In verband met de vakantieperiode is uw brief mij pas deze week onder ogen gekomen, vandaar dat ik per ommegaande reageer".

De Raad stelt vast dat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Met verweerder is de Raad van oordeel dat het door eiseres aangevoerde argument voor het te laat indienen van het bezwaarschrift in de bezwaarprocedure geen steekhoudende redenen zijn om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Naar het oordeel van de Raad mocht verweerder er terecht van uitgaan dat met bovenvermelde mededeling verwezen werd naar omstandigheden die betrekking hadden op de gevolgen van de vakantieperiode in het bedrijf van eiseres. Deze argumenten liggen in de risicosfeer van eiseres en eventuele gevolgen daarvan dienen voor rekening en risico van eiseres te komen.

Gelet op het voorgaande dient het beroep van eiseres ongegrond te worden verklaard.

De Raad acht geen termijn aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. G. van der Wiel in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier en uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2004.

(get.) G. van der Wiel

(get.) A. Kovács