Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2004:AO5998

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
28-01-2004
Datum publicatie
22-03-2004
Zaaknummer
03/6480 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek voor voorlopige voorziening. De uitvoering van de aangevallen uitspraak leidt niet tot voor verzoeker (en zijn organisatie) onoverkomelijke (waaronder begrepen: financiële) problemen of onverantwoorde risico's, ook niet in de situatie dat de bodemprocedure een gunstige uitspraak voor verzoeker te zien geeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

CENTRALE RAAD VAN BEROEP

PROCES-VERBAAL

van de mondelinge uitspraak op 28 januari 2004 van de

voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep

Zitting heeft mr. H.A.A.G. Vermeulen als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.N. Nijhuis als griffier.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------

1e zaak, 03/6480 AW-VV inzake:

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren, verzoeker,

verschenen bij gemachtigde C.J.M. Reijmer, werkzaam bij de gemeente Buren,

tegen

[appellante], wonende te [woonplaats], gedaagde, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.J. Dammingh, werkzaam bij de AbvaKabo.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------

De voorzieningenrechter doet in voormeld geding mondeling uitspraak:

De beslissing luidt:

Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht af;

Veroordeelt verzoeker in de proceskosten van gedaagde, begroot op € 322,- aan kosten van rechtsbijstand, te betalen door de gemeente Buren.

Deze beslissing is gebaseerd op de overweging dat de in de wet gestelde voorwaarde dat een spoedeisend belang het treffen van een voorlopige voorziening - die strekt tot schorsing van de werking van de door verzoeker aangevallen uitspraak - vordert, niet is vervuld. Ingevolge die uitspraak moet verzoeker een nieuwe beslissing nemen op het bezwaar tegen het besluit van verzoeker van 5 februari 2001 tot vaststelling van de beschrijving van de destijds door gedaagde vervulde functie en tot waardering van die functie. Het gaat hier om het opnieuw vaststellen van die beschrijving en waardering van uitsluitend de functie van gedaagde, die deze functie slechts heeft vervuld tot 1 mei 2002, met ingang van welke datum hem ontslag is verleend en welke functie thans niet meer ongewijzigd bestaat. Volgens vaste rechtspraak vormt de enkele omstandigheid dat de aangevallen uitspraak naar het oordeel van verzoeker niet in stand zal kunnen blijven, op zichzelf onvoldoende grondslag voor het oordeel dat een spoedeisend belang tot het treffen van een voorziening aanwezig is.

Niet kan worden ingezien dat de uitvoering van de aangevallen uitspraak leidt tot voor verzoeker (en zijn organisatie) onoverkomelijke (waaronder begrepen: financiële) problemen of onverantwoorde risico's, ook niet in de situatie dat de bodemprocedure een gunstige uitspraak voor verzoeker te zien geeft.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Waarvan proces-verbaal.

Utrecht, 28 januari 2004

(get.) H.A.A.G. Vermeulen

(get.) L.N. Nijhuis

Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep.