Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2004:AO5627

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
11-03-2004
Datum publicatie
15-03-2004
Zaaknummer
03/52 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Te laat bezwaar ontvankelijk omdat gedaagde appellant op het verkeerde been heeft gezet. Vastgestelde functieomschrijving is correct en terecht op betrokkene van toepassing verklaard.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2004/78
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

03/52 AW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen, appellant,

en

[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Appellant heeft op daartoe bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van 27 november 2002, nr. 01/1012 AW AGI A, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend. Namens appellant zijn op verzoek van de Raad nadere stukken overgelegd.

Het geding is behandeld ter zitting van 29 januari 2004, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door P.M. Kieft en A.J.G. Nijland, werkzaam bij appellants gemeente. Gedaagde is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Weekers, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand.

II. MOTIVERING

1. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

1.1. Gedaagde, werkzaam bij de gemeente Tubbergen, is na een reorganisatie met ingang van 1 mei 2000 in de functie van beleidsmedewerker bij de Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling benoemd. Op 29 mei 2001 heeft appellant functieomschrijvingen van, onder andere, de organieke functies van beleidsmedewerker A en van senior beleidsmedewerker vastgesteld.

1.2. Vervolgens heeft appellant op gedaagde de functieomschrijving van beleidsmedewerker A van toepassing verklaard, welk besluit in bezwaar bij het bestreden besluit van 7 november 2001 is gehandhaafd. Appellant heeft op de functies van twee andere bij de Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling werkzame beleidsmedewerkers (hierna: X en Y) wel de functieomschrijving van senior beleidsmedewerker van toepassing verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, opdracht gegeven een nieuw besluit op bezwaar te nemen en bepalingen inzake de vergoeding van proceskosten en griffierecht gegeven. De rechtbank was van oordeel dat enerzijds gedaagde ook na de reorganisatie strategische werkzaamheden als bedoeld in de functieomschrijving van senior beleidsmedewerker is blijven verrichten, terwijl anderzijds X en Y eerst strategische werkzaamheden zouden gaan verrichten zodra die werkzaamheden verder uitgekristalliseerd zouden zijn, waartoe appellant nog niet de vereiste actie had ondernomen.

3. De Raad overweegt dat de senior beleidsmedewerker blijkens zijn functieomschrijving onder andere belast is met het vertalen van interne en externe ontwikkelingen naar strategische beleidsvorming en het aangeven of inschatten van effecten voor het totale gemeentelijke beleidsveld. In de functieomschrijving van de beleidsmedewerker A ontbreekt dit element.

3.1. Van de zijde van appellant is verklaard dat de organieke functie van senior beleidsmedewerker met name is ingesteld om beter op maatschappelijke ontwikkelingen in te spelen. Op het terrein van de Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling zijn dat met name de leegloop in het agrarisch gebied en de veranderingen in het rijksbeleid aangaande de volkshuisvesting. Dit is voor appellant bij de invoering van de organieke functie van senior beleidsmedewerker per 1 mei 2001 aanleiding geweest de functieomschrijving van senior beleidsmedewerker bij de Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling van toepassing te verklaren op X en Y, nu deze beleidsmedewerkers op dat tijdstip reeds mede belast waren met het aspect economische zaken onderscheidenlijk het aspect volkshuisvesting.

3.2. Gedaagde was evenals enkele anderen bij zijn afdeling vooral belast met de projectverantwoordelijkheid voor het totstandbrengen van een aantal bestemmings-plannen. Gedaagde heeft toegelicht wat voor werkzaamheden dat met zich meebrengt en aangevoerd dat zijn werkzaamheden tevens betrekking hadden op de keuze van de gebieden waarvoor bestemmingsplannen moeten worden vastgesteld. Gedaagde blijft van opvatting dat het bij die werkzaamheden mede gaat om strategische beleidsvorming als bedoeld in de functieomschrijving van senior beleidsmedewerker.

3.3. Naar het oordeel van de Raad heeft gedaagde niet aannemelijk gemaakt dat bij zijn in 3.2. vermelde werkzaamheden inderdaad mede sprake was van het voor de functie van senior beleidsmedewerker kenmerkende vertalen van maatschappelijke ontwikkelingen als vorenbedoeld.

3.4. Gedaagde beroept zich er voorts op dat zijn werkzaamheden en die van de senior beleidsmedewerkers X en Y op 1 mei 2001 van dezelfde aard waren, nu de beide laatstgenoemden de door appellant beoogde strategische werkzaamheden op 1 mei 2001 nog niet daadwerkelijk verrichtten.

3.5. Ook hierin kan de Raad gedaagde niet volgen. De functieomschrijving van senior beleidsmedewerker is op de functies van X en Y van toepassing verklaard omdat de werkzaamheden die zij op 1 mei 2001 reeds verrichtten, mede het aspect economische zaken onderscheidenlijk het aspect volkshuisvesting omvatten terzake waarvan appellant beter op maatschappelijke ontwikkelingen wilde gaan inspelen. Daarmee verschilden hun werkzaamheden op 1 mei 2001 wezenlijk van gedaagdes werkzaamheden, ook al zou het mogelijk nog enige tijd duren eer de werkzaamheden van X en Y inzake het vertalen van maatschappelijke ontwikkelingen in gemeentelijk beleid reƫle vorm zouden krijgen. Derhalve verplichtte het van toepassing verklaren van de functieomschrijving van senior beleidsmedewerker op de functies van X en Y appellant niet die functieomschrijving ook op gedaagdes functie van toepassing te verklaren.

4. Het bestreden besluit houdt derhalve stand. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 7 november 2001 ongegrond.

Aldus gegeven door mr. G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en mr. J.H. van Kreveld en mr. C.P.J. Goorden als leden, in tegenwoordigheid van mr. P.J.W. Loots als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 11 maat 2004.

(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.

(get.) P.J.W. Loots.