Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2003:AO5099

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
02-10-2003
Datum publicatie
09-03-2004
Zaaknummer
02/4558 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzet, verschoonbare termijnoverschrijding.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:17
Algemene wet bestuursrecht 8:79
Algemene wet bestuursrecht 8:55
Beroepswet 21
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2004/43
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

02/4558 AW

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[opposant], wonende te [woonplaats], opposant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen, geopposeerde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij uitspraak van 22 mei 2003 heeft de Raad het door opposant ingestelde hoger beroep tegen een ten aanzien van opposant door de rechtbank Assen op 2 juli 2002, onder de nummers 01/119 en 01/120 AW, tussen partijen gegeven uitspraak niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig bij de Raad is ingediend.

Tegen die uitspraak heeft opposant verzet gedaan.

Het verzet is behandeld ter zitting van 28 augustus 2003. Partijen zijn - opposant na voorafgaand bericht - niet verschenen.

II. MOTIVERING

In verzet heeft opposant aangevoerd dat het ontbreken van informatie over het rechtsmiddel in de uitspraak van de rechtbank Assen van 2 juli 2002 aanleiding zou moeten zijn de termijnoverschrijding van het door hem tegen die uitspraak ingestelde hoger beroep verschoonbaar te achten.

De Raad overweegt als volgt.

Nu de kennisgeving, waarmee de rechtbank Assen een afschrift van de aangevallen uitspraak aan opposant heeft gezonden, onder meer vermeldt dat in de uitspraak staat vermeld of opposant een rechtsmiddel kan aanwenden en zo ja, welk rechtsmiddel, en de uitspraak echter geen informatie over een rechtsmiddel bevat, heeft de rechtbank naar het oordeel van de Raad onduidelijkheid doen ontstaan over de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen.

Voorts neemt de Raad in aanmerking dat de rechtbank in strijd met artikel 6:17 in verbinding met artikel 8:79 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gehandeld door een afschrift van de aangevallen uitspraak alleen aan opposant en niet aan de als zodanig door de rechtbank in haar uitspraak aangemerkte gemachtigde heeft gezonden.

Op grond hiervan volgt de Raad het standpunt van opposant dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest.

Gezien het vorenstaande bestaat er aanleiding het verzet met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Awb gegrond te verklaren. Gelet op artikel 8:55, zevende lid, van de Awb vervalt de uitspraak waartegen verzet was gedaan en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het verzet gegrond.

Aldus gegeven door mr. H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en mr. T. Hoogenboom en mr. A.W.M. Bijloos als leden, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2003.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) M. Pijper.