Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2003:AO1735

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-11-2003
Datum publicatie
23-01-2004
Zaaknummer
01/1580 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep afgewezen omdat de proceskosten in hoger beroep door het overeengekomen compromis worden gedekt.

Wetsverwijzingen
Beroepswet 21a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2004/103
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

01/1580 AW

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21a van de Beroepswet inzake de kosten van het geding tussen:

de Bestuurscommissie openbaar onderwijs Kapelle, appellante,

en

[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde, thans verzoeker.

I. INLEIDING

Namens appellante is hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 25 januari 2001, nummer Awb 00/180.

Bij brief van 29 juni 2001 heeft mr. K.M. Moeliker, advocaat te Middelburg, namens verzoeker een verweerschrift ingediend.

Bij schrijven van 7 mei 2003 heeft appellante het door haar ingestelde hoger beroep ingetrokken.

Bij schrijven van 27 mei 2003 heeft mr. K.M. Moeliker als gemachtigde van verzoeker verzocht appellante in de proceskosten te veroordelen.

Appellante heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.

Partijen hebben ieder nog een memorie ingediend.

Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.

II. MOTIVERING

1. Nu het hoger beroep door het bestuursorgaan is ingetrokken, is er in beginsel aanleiding om het bestuursorgaan op grond van artikel 21a van de Beroepswet met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten van verzoeker in hoger beroep.

2. Appellante heeft als verweer naar voren gebracht dat de tussen partijen gemaakte afspraken, die tot de intrekking van het hoger beroep hebben geleid, onder meer inhouden dat aan verzoeker een bedrag van € 8.000,- wordt betaald als bijdrage in de gemaakte proceskosten. Appellante stelt zich op het standpunt dat de kosten van verzoeker in hoger beroep mede door deze bijdrage worden gedekt, hetgeen verzoeker bestrijdt.

2.1. De Raad overweegt dienaangaande dat afspraken zoals door appellante bedoeld op zichzelf niet in de weg kunnen staan aan de bevoegdheid van de wederpartij om de bestuursrechter op de voet van artikel 21a van de Beroepswet om een proceskosten-veroordeling te verzoeken.

Zulk een verzoek dient evenwel door de rechter te worden afgewezen indien blijkt dat geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten resteren omdat reeds uit anderen hoofde in vergoeding is voorzien.

2.2. Niet in geschil is - en ook de Raad gaat ervan uit - dat tussen partijen een betaling is overeengekomen zoals door appellante bedoeld en dat deze door de gemeente Kapelle is of zal worden verricht.

2.3. Hoewel partijen niet uitdrukkelijk hebben bepaald dat de kosten in hoger beroep mede in het overeengekomen bedrag zijn begrepen, is de Raad met appellante van oordeel dat de gemaakte afspraken in die zin moeten worden uitgelegd. Daarbij is, naast de hoogte van het overeengekomen bedrag in verhouding tot de bij het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht voorziene vergoedingen, vooral in aanmerking genomen dat het compromis tot stand is gekomen terwijl het hoger beroep reeds aanhangig was en nadat de indiening van het verweerschrift van 29 juni 2001 - de enige voor vergoeding op grond van artikel 21a van de Beroepswet in aanmerking komende proceshandeling - reeds had plaatsgevonden. Dat in het compromis geen (uitdrukkelijk) beding van finale kwijting is opgenomen, kan daaraan onvoldoende afdoen.

2.4. Derhalve moet worden geoordeeld dat geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten resteren en dient het verzoek te worden afgewezen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek af.

Aldus gegeven door mr. R. Kooper, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 november 2003.

(get.) R. Kooper.

(get.) M. Pijper.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

HD

Q.