Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2003:AN9369

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
12-11-2003
Datum publicatie
04-12-2003
Zaaknummer
01/250 WW
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vordering proceskostenvergoeding in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R

01/250 WW

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21a van de Beroepswet inzake de kosten van het geding tussen:

[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.

I. INLEIDING

Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.

Gedaagde heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Rotterdam op 4 december 2000 tussen partijen gewezen uitspraak.

Mr. G.B.A. Bol, werkzaam bij Arag Rechtsbijstand te Leusden, heeft namens verzoeker een verweerschrift ingediend.

Gedaagde heeft bij brief van 17 september 2003 het hoger beroep ingetrokken.

Bij schrijven van 29 september 2003 heeft de gemachtigde van verzoeker verzocht gedaagde in de proceskosten te veroordelen.

Desgevraagd heeft gedaagde te kennen gegeven geen verweerschrift in te dienen.

Elk der partijen heeft, desgevraagd, schriftelijk toestemming verleend voor afdoening buiten zitting.

II. MOTIVERING

Artikel 21a van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de kosten kan worden veroordeeld.

De Raad stelt vast dat gedaagde het hoger beroep heeft ingetrokken en dat de gemachtigde van verzoeker blijkens het ingezonden formulier proceskosten vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in hoger beroep vordert.

In aanmerking nemende dat van de zijde van verzoeker kosten zijn gemaakt voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, namelijk voor het indienen van een verweerschrift en het verschijnen ter terechtzitting, alsmede gemaakte reiskosten, acht de Raad termen aanwezig om het voorliggende verzoek te honoreren en de voor vergoeding in aanmerking komende kosten te begroten op € 644,-- vermeerderd met € 14,70 aan reiskosten in hoger beroep.

Omdat gedaagde blijkens de aangevallen uitspraak reeds door de rechtbank is veroordeeld tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg blijft de veroordeling tot vergoeding van proceskosten in deze uitspraak van de Raad beperkt tot de proceskosten van het hoger beroep.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde tot een bedrag groot € 644,-- + € 14,70 reiskosten = € 658,70, te betalen aan de griffier van de Raad.

Aldus gegeven door mr. H. Bolt in tegenwoordigheid van T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier en uitgesproken in het openbaar op 12 november 2003.

(get.) H. Bolt.

(get.) T. Hemelrijk-van den Oudenalder.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

FB/31/10