Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2003:AI1567

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-08-2003
Datum publicatie
02-09-2003
Zaaknummer
02/3615 AW
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Is met de overlegging van medische verklaringen voldaan aan de in artikel 8:88 van de Awb gegeven maatstaven voor herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak, bestaande uit de niet-ontvankelijk verklaring vanwege termijnoverschrijding?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

02/3615 AW

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:

[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,

om herziening van de uitspraak van de Raad van 8 mei 2002, nr. 99/2150 AW (hierna ook: de uitspraak van de Raad).

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Verzoeker heeft bij brief van 28 juni 2002 verzocht om herziening van bovenvermelde uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens de Minister van Justitie, in die uitspraak en hierna aangeduid als gedaagde, is op het verzoekschrift gereageerd.

Verzoeker heeft hierop nog een reactie gegeven en nadere stukken ingezonden.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 3 juli 2003, waar verzoeker in persoon is verschenen. Gedaagde heeft zich laten vertegenwoordigen door H.A. Schoon, werkzaam bij het Ministerie van Justitie.

II. MOTIVERING

1. Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

2.1. Verzoeker betoogt - kort samengevat - dat zijn bezwaarschrift, gericht tegen gedaagdes besluit van 21 januari 1997 ten onrechte door gedaagde niet-ontvankelijk is verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken. Verzoeker acht de overschrijding verschoonbaar, zodat de niet-ontvankelijk verklaring van zijn bezwaar ten onrechte door de Raad is geaccepteerd. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft verzoeker een drietal medische verklaringen overgelegd. Daarnaast heeft verzoeker grieven ingebracht tegen de afwijzing van zijn verzoek om vergoeding van geleden loop- baanschade en immateriële schade. In dat kader heeft verzoeker onder meer gesteld dat de uitspraak van de Raad is gebaseerd op onjuistheden die van doorslaggevend belang zijn en die ertoe leiden dat de Raad zijn uitspraak van 8 mei 2002 dient te herzien.

2.2. Gedaagde stelt in zijn verweerschrift dat de in het verzoek vermelde gronden en argumenten niet voldoen aan de criteria van artikel 8:88 van de Awb, zodat het verzoek slechts voor afwijzing in aanmerking komt.

3. De Raad overweegt als volgt.

3.1. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als in artikel 8:88 van de Awb bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.

3.2. In de door verzoeker overgelegde stukken ziet de Raad geen feit of omstandigheid gelegen als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. De door verzoeker ingebrachte medische verklaringen betreffen uitsluitend bevestigingen van verklaringen die reeds deel uitmaakten van het procesdossier dat aan de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht ten grondslag lag.

De door verzoeker met betrekking tot de door hem overgelegde stukken naar voren gebrachte argumenten hebben nagenoeg alle de strekking de juistheid van de uitspraak van de Raad in twijfel te trekken op inhoudelijke gronden en zijn niet aan te merken als nieuwe feiten en omstandigheden in de eerderbedoelde zin.

3.3. Nu niet is voldaan aan de in artikel 8:88 van de Awb gegeven maatstaven voor herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak, moet het verzoek om herziening worden afgewezen.

4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake de proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.

Aldus gegeven door mr. J.C.F. Talman als voorzitter en mr. A. Beuker-Tilstra en mr. J.H. van Kreveld als leden, in tegenwoordigheid van mr. P.J.W. Loots als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2003.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) P.J.W. Loots.