Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2003:AI1498

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-05-2003
Datum publicatie
08-09-2003
Zaaknummer
02/936 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

Verweerster heeft het door eiser ontvangen bedrag aan Old Age Contributory Pension terecht volledig op zijn uitkering in mindering gebracht.

Wetsverwijzingen
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 19, geldigheid: 2003-05-22
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

02/936 WUV

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[eiser], wonende te [woonplaats] (Ierland), eiser,

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Onder dagtekening 28 december 2001, kenmerk JZ/U80/2001/1290, heeft verweerster ten aanzien van eiser een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgings-slachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Tegen dit besluit heeft eiser bij de Raad beroep ingesteld. In het beroepschrift is uiteengezet waarom eiser zich met het bestreden besluit niet kan verenigen.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad op 10 april 2003. Aldaar is eiser niet verschenen, terwijl verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. C. Vooijs, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

Eiser is vervolgde en uitkeringsgerechtigde ingevolge de Wet.

Naar aanleiding van de door eiser verstrekte opgave op het inlichtingenformulier over het jaar 2000 dat hij vanaf 9 april 1999 in het genot is van een Old Age Contributory Pension, heeft verweerster eiser op 27 september 2001 op de hoogte gesteld van herberekening van zijn periodieke uitkering per januari 2000.

Voor zover hier van belang is daarbij met toepassing van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet in verband met de aan eiser per 9 april 1999 toekomende Old Age Contributory Pension op zijn periodieke uitkering een korting toegepast.

Bij het thans bestreden besluit heeft verweerster haar standpunt, na gemaakt bezwaar, gehandhaafd.

Het beroep van eiser betreft de korting die op zijn periodieke uitkering is toegepast in verband met het hem toekomende Old Age Contributory Pension. Eiser stelt zich op het standpunt dat de grondslag van zijn periodieke uitkering te laag is, dat de periodieke uitkering ten onrechte niet geïndexeerd is en dat onderscheid gemaakt dient te worden tussen een oorlogsslachtoffersuitkering en een ouderdomspensioen.

De Raad overweegt als volgt.

Naar het oordeel van de Raad heeft verweerster het door eiser ontvangen bedrag aan Old Age Contributory Pension terecht met toepassing van artikel 19, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet, volledig op de uitkering ingevolgde de Wet in mindering gebracht. De onderhavige bepaling is van dwingend recht en niet voor andere uitleg vatbaar dan in het bestreden besluit is vermeld. De Wet bevat niet de mogelijkheid om van deze bepalingen af te wijken.

Hetgeen eiser in beroep naar voren heeft gebracht kan de Raad niet tot een ander oordeel leiden. Naar aanleiding daarvan merkt de Raad nog op dat hij zich in dit geding moet beperken tot toetsing van de door verweerster toegepaste korting nu het bestreden besluit geen betrekking heeft op vaststelling of wijziging van de grondslag en evenmin wordt ingegaan op de wettelijk voorgeschreven indexering; hetgeen eiser overigens in beroep heeft aangevoerd, valt mitsdien buiten het bereik van dit geding.

Uit het voorgaande volgt dat het beroep van eiser niet slaagt.

De Raad acht geen termen aanwezig om verweerster met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van eiser.

Beslist wordt dan ook als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. W.D.M. van Diepenbeek als voorzitter en mr. H.R. Geerling-Brouwer en mr. C.P.J. Goorden als leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2003.

(get.) W.D.M. van Diepenbeek.

(get.) A. Kovács.

HD

24.04