Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2003:AI0420

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
16-07-2003
Datum publicatie
25-07-2003
Zaaknummer
00/3535 ALGEM e.a.
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In het kader van de Awb is de administratieve rechter alleen dan tot het beantwoorden van rechtsvragen geroepen indien (nog) sprake is van een geschil met betrekking tot een besluit van een bestuursorgaan. Is nog sprake van een geschil?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

00/3535 ALGEM

03/3362 ALGEM

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[naam V.O.F.], gevestigd te [vestigingsplaats], appellante,

en

de Raad van bestuur van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Met ingang van 1 januari 2002 is de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in werking getreden. Ingevolge de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen treedt in dit geding de Raad van bestuur het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de plaats van het Landelijk instituut sociale verzekering (Lisv). In deze uitspraak wordt onder gedaagde tevens verstaan het Lisv.

Namens appellante heeft mr. F. van Schaik, advocaat te Berkel en Rodenrijs, op bij beroepschrift van 6 juli 2000 (met bijlagen) aangevoerde gronden bij de Raad hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Assen onder dagtekening 30 mei 2000 tussen partijen gegeven uitspraak, waarnaar hier wordt verwezen.

Gedaagde heeft op 29 augustus 2000 een verweerschrift ingediend.

Het geding is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 21 november 2002, waar appellante is verschenen bij gemachtigde mr. Van Schaik, voornoemd en [naam beherend vennoot], beherend vennoot, terwijl gedaagde zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. P.G.J. Reurings, werkzaam bij het Uwv.

Naar aanleiding van het verhandelde ter zijner zitting heeft de Raad besloten de zaak aan te houden en partijen in de gelegenheid te stellen om tot een schikking te komen.

Bij schrijven van 4 februari 2003 heeft gedaagde een - eveneens op 4 februari 2003 gedateerde - gewijzigde beslissing op bezwaar de Raad doen toekomen.

Bij brief van 20 februari 2003 heeft gedaagde, onder inzending van het schikkingsvoorstel alsmede de afwijzingsbrief ten aanzien van dit voorstel, de Raad verzocht om in de zaak te voorzien.

Bij schrijven van 3 juni 2003 heeft gedaagde een eveneens op 3 juni 2003 gedateerde gewijzigde beslissing op bezwaar de Raad doen toekomen, waarop namens appellante gereageerd is bij brief van 3 juni 2003.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 5 juni 2003, waar partijen, zoals schriftelijk aangekondigd, niet zijn verschenen.

II. MOTIVERING

Blijkens de in rubriek I van deze uitspraak genoemde beslissing op bezwaar van 3 juni 2003 heeft gedaagde besloten de gewijzigde beslissing op bezwaar van 4 februari 2003 in te trekken, de overgebleven bezwaren alsnog gegrond te verklaren en de overgebleven correctie- en boetenota's volledig kwijt te schelden.

De Raad merkt op dat de administratieve rechter in het kader van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) alleen dan tot het beantwoorden van rechtsvragen is geroepen indien - nog - sprake is van een geschil met betrekking tot een besluit van een bestuursorgaan. Van een geschil over zulk een besluit is in dit geval geen sprake meer.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep alsmede het beroep tegen het besluit van 4 februari 2003 wegens verlies aan belang niet ontvankelijk dient te worden verklaard.

De Raad acht termen aanwezig om gedaagde op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de aan de zijde van appellante gevallen proceskosten, begroot op € 644,-- wegens verleende rechtsbijstand in hoger beroep. Van andere te vergoeden kosten is de Raad niet gebleken.

Gelet op artikel 25, tweede lid van de Beroepswet is de administratieve rechter bevoegd een veroordeling tot vergoeding van het griffierecht uit te spreken in andere gevallen dan die waarin de uitspraak van de rechtbank geheel of gedeeltelijk vernietigd wordt. Zoals hierna uit het dictum zal blijken, acht de Raad in dit geval termen aanwezig om van die bevoegdheid gebruik te maken.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Rechtdoende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Verklaart het beroep tegen het besluit van 4 februari 2003 niet-ontvankelijk;

Veroordeelt gedaagde in de proceskosten van appellante begroot op € 644,-- te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;

Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het door appellante gestorte griffierecht ad € 306,30 (f 675,--), vergoedt.

Aldus gegeven door mr. B.J. van der Net als voorzitter en mr. R.C. Schoemaker en mr. G. van der Wiel als leden, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2003.

(get.) B.J. van der Net.

(get.) R.E. Lysen.