Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2003:AF7515

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
07-03-2003
Datum publicatie
18-04-2003
Zaaknummer
02/1578 TW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 8:45
Algemene wet bestuursrecht 8:29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2003/154
USZ 2003/170
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

02/1578 TW

BESLISSING

van de geheimhoudingskamer van de Centrale Raad van Beroep inzake de toepassing van artikel 8:29 in verbinding met artikel 8:45 van de Algemene wet bestuursrecht

in het geding tussen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant,

en

[gedaagde], wonende te Marokko, gedaagde.

I. INLEIDING

Het onderhavige geding behoort tot een cluster van zaken betreffende de afbouw van een toeslag ingevolge de Toeslagenwet als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet beperking export uitkeringen.

In het kader van de voorbereiding van de behandeling van deze zaken heeft de Raad bij brief van 12 november 2002 aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid enige vragen gesteld en voorts verzocht om toezending van stukken die betrekking hebben op de onderhandelingen over aanpassing van de Verdragen inzake sociale zekerheid met Canada en de Verenigde Staten van Amerika, inclusief de wijzigingsteksten.

Bij schrijven van 17 januari 2003 heeft de staatssecretaris de gestelde vragen beantwoord. Als bijlagen bij deze brief waren gevoegd het proces-verbaal van de onderhandelingen met de Verenigde Staten van Amerika en correspondentie tussen de Canadese autoriteiten en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de aanpassing van de verdragstekst onder andere op het punt van de niet-exporteerbaarheid van de toeslag ingevolge de Toeslagenwet.

Met een beroep op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de staatssecretaris verzocht deze stukken niet aan partijen ter kennis te brengen. Het zou toekomstige onderhandelingen kunnen schaden, wanneer het risico bestaat dat stukken die in het kader van die onderhandelingen worden opgemaakt openbaar moeten worden gemaakt.

II. MOTIVERING

Ingevolge artikel 8:45 van de Awb juncto artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet kan de Raad partijen en anderen verzoeken binnen een door hem te bepalen termijn schriftelijk inlichtingen te geven en onder hen berustende stukken in te zenden. Bestuursorganen zijn, ook als zij geen partij zijn, verplicht aan een dergelijk verzoek te voldoen. Artikel 8:29 van de Awb is van overeenkomstige toepassing.

Ingevolge artikel 8:29, eerste lid, van de Awb juncto artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet kan een partij die verplicht is stukken over te leggen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, het overleggen van stukken weigeren of de Raad mededelen dat uitsluitend hij kennis zal mogen nemen van die stukken. Ingevolge artikel 8:29, derde lid, van de Awb juncto artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet beslist de Raad of de in het eerste lid bedoelde beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Deze beslissing wordt genomen door een zogeheten geheimhoudingskamer van de Raad.

De Raad overweegt met betrekking tot het verzoek van de staatssecretaris dat (toekomstige) onderhandelingen over het tot stand brengen of wijzigen van verdragen inderdaad schade zouden kunnen lijden, indien de kans bestaat dat stukken, die in het kader van zodanige onderhandelingen worden opgemaakt, openbaar worden gemaakt.

De Raad acht hierin voldoende rechtvaardigingsgrond gelegen voor de door de staatssecretaris gevraagde beperking van de kennisneming van de bij zijn brief van 17 januari 2003 ingezonden stukken.

Nu de Raad heeft beslist dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, kan hij ingevolge artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb juncto artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet slechts met toestemming van partijen mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. Deze toestemming zal thans worden gevraagd. Afhankelijk van het antwoord van partijen zal het dossier met dan wel zonder de onderhavige stukken aan de behandelende kamer van de Raad worden overgedragen.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bepaalt dat beperking van de kennisneming van de bij de brief van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 januari 2003 gevoegde bijlagen gerechtvaardigd is.

Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. H. Bolt en J.Th. Wolleswinkel als leden, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier en uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2003.

(get.) J. Janssen.

(get.). M.H.A. Uri.