Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2002:AE8386

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-08-2002
Datum publicatie
30-10-2002
Zaaknummer
00/5355 WUV
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 20, geldigheid: 2002-08-22
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 21, geldigheid: 2002-08-22
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

00/5355 WUV

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Onder dagtekening 31 augustus 2000, kenmerk JZ/A70/2000/729, heeft verweerster ten aanzien van eiseres een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: de Wet).

Tegen dit besluit heeft eiseres bij de Raad beroep ingesteld. In een namens eiseres door mr. E. Unger, advocaat te Amsterdam, ingediend aanvullend beroepschrift (met bijlagen) is uiteengezet waarom eiseres het met het bestreden besluit niet eens is.

Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van de Raad van 12 juli 2002. Aldaar is eiseres verschenen bij mr. drs. A.B. van Els, kantoorgenoot van voornoemde gemachtigde, terwijl verweerster zich heeft doen vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.

II. MOTIVERING

Blijkens de gedingstukken is eiseres, geboren [in] 1937, vervolgde in de zin van de Wet. In het verleden is aanvaard dat de psychische klachten van eiseres in het vereiste verband staan met de vervolging. Niet in het vereiste verband kon worden aangenomen de schildklieraandoening van eiseres.

Bij een vervolgaanvraag van september 1999 heeft eiseres verzocht om vergoeding van dan wel een tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en inrichting in verband met haar remigratie - in juni 2000 - van Israël naar Nederland. Daartoe heeft eiseres aangevoerd dat zij dichter bij haar aldaar wonende (klein-) kinderen wil gaan wonen. Vanwege haar verlatingsangst en de daaruit voortvloeiende gevoelens van eenzaamheid kan zij het niet langer aan afscheid van hen te moeten nemen, aldus eiseres.

Deze aanvraag heeft verweerster afgewezen bij besluit van 21 maart 2000, zoals na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit. Daarbij is overwogen dat er geen medische dan wel medische- sociale indicatie aanwezig is in verband met de uit de vervolging voortvloeiende psychische klachten van eiseres, die toekenning van de door haar gevraagde voorziening rechtvaardigt.

Verweerster heeft daarbij in het bijzonder overwogen dat de verhuizing niet werd geïndiceerd door een behandelend arts. Voorts is overwogen dat uit de overige aanwezige medische gegevens niet is gebleken dat er op grond van uit de vervolging voortvloeiende klachten sprake is van een medische noodzaak voor de verhuizing.

Ter beantwoording staat de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen namens eiseres in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden.

Dienaangaande overweegt de Raad als volgt.

Het standpunt van verweerster berust op adviezen van een tweetal geneeskundig adviseurs. Deze adviezen zijn totstandgekomen op basis van reeds aanwezige medische gegevens, alsmede op basis van recent verkregen informatie van de eiseres voorheen behandelend therapeute S. Letzter-Pouw en van M.J. Seijffers, verbonden aan het Nederlands Informatie Kantoor te Jeruzalem.

Uit deze informatie is af te leiden dat de verhuizing naar Nederland voor eiseres weliswaar van groot belang is in verband met haar psychisch welzijn, omdat de contacten met haar in Nederland wonende kinderen en kleinkinderen voor eiseres met het ouder worden en het toenemend isolement in Israël steeds belangrijker worden, doch uit deze informatie is niet af te leiden dat deze verhuizing voor eiseres in verband met haar uit de vervolging voortvloeiende psychische klachten noodzakelijk is.

Gezien deze informatie heeft verweerster naar het oordeel van de Raad op goede gronden geoordeeld dat in het geval van eiseres geen strikt medische indicatie verband houdend met haar uit de vervolging voortkomende psychische klachten als bedoeld in artikel 20 van de Wet aanwezig is voor de door haar gevraagde voorziening.

Met betrekking tot verweersters weigering eiseres op grond van artikel 21 van de Wet in aanmerking te brengen voor een tegemoetkoming in de kosten van de door haar gevraagde voorziening overweegt de Raad dat het hier gaat om een bevoegdheid van verweerster die door de Raad met terughoudendheid dient te worden getoetst.

Verweerster heeft aan de haar ingevolge artikel 21 van de Wet toekomende bevoegdheid ter zake van verhuis- en herinrichtingskosten zodanig vorm gegeven dat - kort weergegeven - een tegemoetkoming in deze kosten wordt verleend indien sprake is van een combinatie van niet-causale klachten die de verhuizing noodzakelijk maken en causale klachten die de verhuizing wenselijk maken. In het geval van eiseres is niet voldaan aan deze door verweerster gehanteerde richtlijn. De Raad ziet uit de gedingstukken en het behandelde ter zitting ook geen bijzondere omstandigheden naar voren komen die voor verweerster aanleiding hadden moeten zijn om ten behoeve van eiseres van haar hiervoor omschreven beleid af te wijken.

Gezien het vorenstaande bestaat voor vernietiging van het bestreden besluit geen grond, zodat het beroep ongegrond verklaard moet worden.

De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. H.R. Geerling- Brouwer en mr. C.P.J. Goorden als leden, in tegenwoordigheid van mr. A. Kovács als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 22 augustus 2002.

(get.) C.G. Kasdorp.

(get.) A. Kovács.

HD

15.08