Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2002:AE8042

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
05-09-2002
Datum publicatie
25-09-2002
Zaaknummer
02/753 MAW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 2003/23
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

02/753 MAW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

de Bevelhebber der Landstrijdkrachten, appellant,

en

[gedaagde], wonende te [woonplaats], gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Namens appellant is op bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de president van de rechtbank 's-Gravenhage op 3 december 2001 onder de nummers AWB 01/3445 en 01/3446 MAWKLA gegeven uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens appellant is aan de Raad een afschrift gezonden van een besluit van 4 februari 2002, genomen ter uitvoering van die uitspraak.

Bij schrijven van 26 juli 2002 heeft appellant de Raad doen weten dat hij zijn hoger beroep beperkt tot de schadevergoeding die aan gedaagde is toegekend bij de evenvermelde uitspraak.

Het geding is behandeld ter zitting van 1 augustus 2002, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Tummers, werkzaam bij het Ministerie van Defensie, en waar gedaagde in persoon is verschenen.

II. MOTIVERING

1. Bij de aangevallen uitspraak is, voorzover hier van belang, aan appellant opdracht gegeven gedaagde voor 1 mei 2002 te plaatsen op een in de zogeheten OTAS vastgelegde majoorsfunctie in de regio West-Brabant, bij gebreke waarvan appellant gehouden is gedaagde hiervoor te compenseren door aan gedaagde een bedrag van ¦ 15.000,- netto als schadevergoeding te betalen.

2. Gelet op die uitspraak is bij het onder I vermelde besluit van 4 februari 2002, omdat vaststond dat het niet mogelijk was gedaagde voor 1 mei 2002 op een in de OTAS vastgelegde majoorsfunctie te plaatsen, bepaald dat aan gedaagde het door de president van de rechtbank vastgestelde bedrag van ¦ 15.000 (€ 6806,71) wordt uitbetaald. In dat besluit is daaraan toegevoegd: "Dit bedrag wordt zonder voorbehoud aan u uitbetaald. De uitkomst van het reeds ingestelde hoger beroep zal geen invloed hebben op de thans toegekende schadevergoeding".

3. Zoals onder I is vermeld en ter zitting is toegelicht is het onderhavige hoger beroep van appellant beperkt tot de kwestie van de schadevergoeding. Appellant kan zich om principiële redenen niet verenigen met de bepaling door de rechtbankpresident van die schadevergoeding. Hoewel appellant erkent dat er met betrekking tot deze kwestie geen sprake (meer) is van enig geschil tussen partijen, meent hij bij het hoger beroep nog voldoende (proces)belang te hebben, nu hij de desbetreffende bepaling principieel onjuist acht; dat belang ziet hij voorts gelegen in eventuele vergelijkbare bepalingen in toekomstige zaken bij de rechtbank.

4. De Raad overweegt als volgt.

Er bestaat tussen partijen geen geschil meer over de kwestie die appellant in hoger beroep aan de Raad ter beslissing heeft voorgelegd. Dat betekent dat appellant geen proces-belang meer heeft bij een beslissing van de Raad op het hoger beroep. Het namens appellant naar voren gebrachte belang van het verkrijgen van een principiële uitspraak, ook met het oog op mogelijk vergelijkbare uitspraken van de rechtbank in de toekomst, kan niet als voldoende procesbelang worden aangemerkt.

Dit brengt de Raad tot de conclusie dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

5. Gelet op het vorenstaande en omdat de Raad niet gebleken is van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten, wordt beslist als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

Bepaalt dat van de Staat der Nederlanden een griffierecht wordt geheven van € 306,30.

Aldus gegeven door mr. H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en mr. G.P.A.M. Garvelink-Jonkers en mr. A. Beuker-Tilstra als leden, in tegenwoordigheid van mr. P.J.W. Loots als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 september 2002.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) P.J.W. Loots.

Q