Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:2001:AD9254

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20-12-2001
Datum publicatie
14-02-2002
Zaaknummer
01/690 AW, 01/693 AW, 01/695 AW e.a.
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 6:5
Algemene wet bestuursrecht 6:5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JB 2002/74 met annotatie van Red.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

01/690 AW, 01/693 AW, 01/695 AW, 01/696 AW, 01/697 AW, 01/698 AW,

01/699 AW, 01/700 AW, 01/701 AW, 01/702 AW, 01/703 AW, 01/704 AW

U I T S P R A A K

met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

1. [appellante 1], wonende te [woonplaats 1], appellante,

2. [appellante 2], wonende te [woonplaats 2], appellante,

3. [appellante 3], wonende te [woonplaats 3], appellante,

4. [appellant 1], wonende te [woonplaats 4], appellant,

5. [appellante 4], wonende te [woonplaats 4], appellante,

6. [appellant 2], wonende te [woonplaats 5], appellant,

7. [appellante 5], wonende te [woonplaats 5], appellante,

8. [appellante 6], wonende te [woonplaats 6], appellante,

9. [appellante 7], wonende te [woonplaats 3], appellante en

10. [appellante 8], wonende te [woonplaats 7], appellante.

en

de Raad van Bestuur van het Academisch Ziekenhuis bij de Universiteit van [vestigingsplaats], gedaagde.

I. INLEIDING

Bij beroepschrift van 26 januari 2001 heeft mr. S. Land als gemachtigde van appellanten hoger beroep ingesteld tegen een door de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam op 18 december 2000, nummers AWB 97/4660 AW, AWB 97/5245 AW, AWB 97/5249 AW, AWB 97/5251 AW, AWB 97/5253 AW, AWB 97/5255 AW, AWB 97/5257 AW, AWB 97/5258 AW, AWB 97/5259 AW, AWB 97/10128 AW en AWB 97/10225 AW, tussen partijen gegeven uitspraak.

II. MOTIVERING

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Deze bepaling is ingevolge artikel 6:24, eerste lid, van de Awb in hoger beroep van overeenkomstige toepassing.

Het ingediende beroepschrift bevat echter geen gronden.

Bij schrijven van 7 maart 2001 is de gemachtigde van appellanten in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.

Bij schrijven van 4 april 2001 heeft voormelde gemachtigde verzocht om verlenging van de termijn voor het indienen van de beroepsgronden met als reden een privé-aangelegenheid. Hierop is bij schrijven van 5 april 2001 de termijn verlengd tot en met 2 mei 2001.

Bij schrijven van 1 mei 2001 heeft voormelde gemachtigde wederom verzocht om verlenging van de termijn voor het indienen van de beroepsgronden met als reden dat de aanvulling nog niet is voltooid. Hierop is bij schrijven van 2 mei 2001 de termijn verlengd tot en met 30 mei 2001.

Bij schrijven van 30 mei 2001 heeft voormelde gemachtigde wederom verzocht om verlenging van de termijn voor het indienen van de beroepsgronden wegens familie-omstandigheden. Hierop is bij schrijven van 5 juni 2001 de termijn verlengd tot en met 2 juli 2001.

Bij schrijven van 2 juli 2001 heeft voormelde gemachtigde wederom verzocht om verlenging van de termijn voor het indienen van de beroepsgronden. Hierop is bij schrijven van 6 juli 2001 de termijn verlengd tot en met 31 juli 2001 met daarbij de vermelding dat nader uitstel niet zal worden verleend.

Bij schrijven van 31 juli 2001 heeft voormelde gemachtigde nogmaals verzocht om verlenging van de termijn voor het indienen van de beroepsgronden waarbij is aangegeven dat de motivering van het beroep in de maand augustus, wanneer het merendeel van de cliënten op vakantie is, kan worden afgerond.

Hierop is bij aangetekend schrijven van 7 augustus 2001 aan de gemachtigde van appellanten nogmaals de termijn voor het indienen van de beroepsgronden verlengd.

Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is erop gewezen dat er bij overschrijding van die termijn rekening mee moest worden gehouden dat het hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard en dat nader uitstel niet zal worden verleend.

De gemachtigde van appellanten heeft deze termijn ongebruikt laten voorbijgaan.

Eerst bij schrijven van 5 september 2001 reageert voormelde gemachtigde dat wegens tijdgebrek wordt verzocht het beroep te behandelen op basis van dezelfde beroepsgronden als in eerste aanleg bij de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam zijn ingebracht.

De Raad is van oordeel dat de beroepsgronden niet binnen de in het schrijven van 7 augustus 2001 gestelde termijn zijn ingediend. Overigens is door de enkele verwijzing naar de gronden in eerste aanleg niet voldaan aan het in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb gestelde vereiste.

Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging zouden kunnen vormen voor dit verzuim, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. J.C.F. Talman als voorzitter en mr. A. Beuker-Tilstra en mr. K. Zeilemaker als leden, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 december 2001.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) M. Pijper.

Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbenden en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.

De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.

HD