Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:1999:AA3963

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
22-04-1999
Datum publicatie
02-08-2001
Zaaknummer
97/10414 AW, 97/11424 AW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht 7:12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TAR 1999/95
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

97/10414 AW 97/11424 AW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

het Dagelijks Bestuur van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe, appellant,

en

A., wonende te B., gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Namens appellant is op bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de door de Arrondissementsrechtbank te Zutphen op 24 september 1997 onder nr. 97/135 AW gegeven uitspraak, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend.

Ter uitvoering van de uitspraak heeft appellant bij besluit van 28 november 1997 een nieuw besluit genomen.

Het geding is behandeld ter zitting van 18 maart 1999, waar appellant zich heeft laten vertegenwoordigen door mr P.J. Schaap, verbonden aan het Centraal Adviesbureau voor Publiek Recht en Administratie, en J. Hofstra, verbonden aan het Bureau Zuidema bv.

Voor gedaagde zijn verschenen mr I. Bruna, werkzaam bij de CFO, en A. Zijlstra, werkzaam als centraliste bij het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe (hierna: ISV).

II. MOTIVERING

Voor een uitgebreide weergave van de voor dit geding van belang zijnde feiten verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.

De door gedaagde bij het ISV beklede functie van centralist bij de Dienst Algemene Hulpverlening is krachtens artikel 19.1.1.2 van de Arbeidsvoorwaardenregeling ISV gewaardeerd volgens het zogeheten Zuidema Functiewaarderingssysteem. Uitgaande van een - op het aspect kennis - gewijzigde functiebeschrijving is het functieniveau bepaald op niveau 6. Daaraan ligt mede ten grondslag een score I3 (36 punten) voor het aspect kennis. Het oorspronkelijk gehanteerde HAVO-niveau is omgezet naar een verpleegkundige opleiding op MBO-niveau. Als zogenoemd eigen kennisgebied is aangemerkt openbare orde en veiligheid (inclusief brandweerzaken) en medische terminologie (paramedische kennis). Er is één zogeheten extra kennisgebied in aanmerking genomen; dit betreft (onderdelen van) administratieve organisatie en automatisering. Na bezwaar van gedaagde heeft appellant bij het thans in geding zijnde besluit van 9 december 1996 evenvermelde waardering gehandhaafd. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van gedaagde tegen dat waarderingsbesluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, appellant opdracht gegeven een nieuw besluit te nemen en bepalingen gegeven omtrent vergoeding van griffierecht en proceskosten. Zij heeft daartoe in het bijzonder overwogen dat de voor de uitoefening van de functie vereiste kennis van brandweerzaken binnen het gehanteerde functiewaarderingssysteem aangemerkt dient te worden als een extra kennisgebied.

Naar aanleiding van het door appellant tegen die uitspraak ingestelde hoger beroep overweegt de Raad als volgt.

Blijkens de beschrijving van (het doel van) gedaagdes functie is gedaagde belast met het in ontvangst nemen, beoordelen en vastleggen van meldingen en verzoeken om hulpverlening en, na het bepalen van de prioriteit, het in gang zetten van gepaste operaties wat betreft inzet van manschappen en materiaal, ten behoeve van de gemeenschappelijke brandweerkorpsen en de centrale post ambulancevervoer; voorts behelst zijn taak het tot stand brengen en in stand houden van (tele)commmunicatieverbindingen alsmede het coördineren van hulpverleningsactiviteiten.

Op grond van de functiebeschrijving en hetgeen op de zitting nog ter adstructie naar voren is gebracht over de inhoud van de werkzaamheden van een centralist, staat voor de Raad genoegzaam vast dat een normale uitoefening van de functie niet mogelijk is zonder kennis van medische aspecten en zonder kennis van brandweerzaken. Deze beide aspecten zijn ook oorspronkelijk door appellant als zogeheten extra kennisgebieden in beeld gebracht. Onder kennisgebied verstaat het Zuidema Functiewaarderingssysteem de door opleiding, training en/of ervaring verkregen specifieke kennis noodzakelijk om de betreffende functie uit te kunnen oefenen. De Raad kan zich vinden in appellants standpunt dat het niet nodig is dat voor elk van beide genoemde kennisaspecten een volledige MBO-opleiding noodzakelijk is. Appellant heeft zelf - uiteindelijk - als niveau van de algemene of beroepsopleiding, dat noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie, een verpleegkundige opleiding op MBO-niveau vastgesteld. Voor de beoordeling van het voorliggende geschil heeft de Raad dit, gelet op de wijze van totstandkoming van het in geding zijnde besluit en gelet op de loop van het geding, tot uitgangspunt te nemen. Niet in geschil is dat bedoelde verpleegkundige opleiding niet voorziet in het kennis-aspect brandweerzaken. De Raad kan, gelet op de beschrijving van (het doel van) de functie, appellant niet volgen in de opvatting dat zelfs globale kennis van brandweerzaken niet zou zijn vereist.

Om de functie van centralist op normaal goede wijze te kunnen uitoefenen is toch in ieder geval vereist dat de door opleiding, training en ervaring verkregen kennis van brandweerzaken zodanig is dat deze kan worden gekwalificeerd als globale kennis van een extra kennisgebied als bedoeld in het Zuidema Functiewaarderingssysteem. Nu appellant dit kennisgebied niet tot uitdrukking heeft gebracht in de waardering van gedaagdes functie - appellant heeft als enige extra kennisgebied in aanmerking genomen de globale kennis van automatisering en administratie, welk onderdeel geen voorwerp is van het onderhavige hoger beroep - moet gezegd worden dat die waardering op onvoldoende gronden berust.

De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.

Omdat gedaagde zich geheel kan vinden in het onder I vermelde nieuwe besluit van appellant ter uitvoering van de aangevallen uitspraak, vormt dit nieuwe besluit geen onderdeel van het in hoger beroep aanhangige geding.

De Raad ziet in het bovenstaande aanleiding appellant te veroordelen in de proceskosten van gedaagde in hoger beroep, begroot op f 1.420,-- terzake van kosten van juridische bijstand.

Op grond van het bovenstaande moet worden beslist als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak;

Veroordeelt appellant in de proceskosten van gedaagde in hoger beroep tot een bedrag van f 1.420,--, te betalen door het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe;

Bepaalt dat van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Noordwest-Veluwe een griffierecht wordt geheven van f 675,--.

Aldus gegeven door mr H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter, en mr G.P.A.M. Garvelink- Jonkers en mr A. Beuker-Tilstra als leden,

in tegenwoordigheid van mr A.W.M. van Bommel als griffier,

en uitgesproken in het openbaar op 22 april 1999.

(get.) H.A.A.G. Vermeulen.

(get.) A.W.M. van Bommel.

HD 15.04 Q