Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CRVB:1989:ZB3939

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
14-09-1989
Datum publicatie
23-05-2017
Zaaknummer
AW 87/645
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Door verzoekster dezelfde argumenten aangevoerd als bij de behandeling van haar zaak in hoger beroep. Derhalve: afwijzing van haar verzoek om herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

AW 1987/645

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[Verzoekster], wonende te [woonplaats], verzoekster,

en

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zaanstad,

gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Bij uitspraak van 25 juni 1987, nr. AW 1986/129, heeft de Raad een tussen

partijen door het Ambtenarengerecht te Haarlem op 3 maart 1986 gegeven

uitspraak bevestigd.

Verzoekster heeft zich bij schrijven van 5 november 1987 met een verzoek om

herziening op grond van art. 112 van de Ambtenarenwet 1929 tot de Raad

gewend.

Verzoekster heeft desverzocht haar verzoek schriftelijk nader gemotiveerd.

Het geding is behandeld ter terechtzitting van 24 augustus 1989, waar

verzoekster in persoon is verschenen en waar gedaagde zich niet heeft doen

vertegenwoordigen.

II. MOTIVERING

Ingevolge art. 112 der Ambtenarenwet 1929 kan herziening van een in kracht

van gewijsde gegane uitspraak worden verzocht op grond dat is gebleken van

enige omstandigheid, die bij de behandeling van het beroep aan het gerecht

niet bekend was en die op zichzelf of in verband met andere feiten of

omstandigheden ernstige twijfel aan de juistheid van de uitspraak doet

ontstaan.

Verzoekster heeft in haar verzoek, kort samengevat, de volgende argumenten

gehanteerd:

- de vergissing met betrekking tot de benaming van de school waar

verzoekster werkzaam was in de beschikking van de direktie van het

Algemeen burgerlijk pensioenfonds, waarbij is vastgesteld dat

verzoekster uit hoofde van ziekten of gebreken blijvend ongeschikt is

voor de vervulling van haar betrekking van kleuterleidster aan een

openbare kleuterschool te Zaanstad en dat zij voor 80% of meer

algemeen invalide is;

- de naar de mening van verzoekster onterechte afkeuring destijds;

- onzorgvuldig handelen door gedaagde in de periode voor het ontslag van

verzoekster.

Daar deze argumenten ook reeds bij de behandeling van verzoeksters zaak in

hoger beroep naar voren zijn gebracht en deze ten behoeve van de uitspraak

zijn meegewogen, ziet de Raad hierin geen feiten of omstandigheden in de

hierboven omschreven zin en daarom geen grond voor inwilliging van

voorliggend verzoek om herziening.

Derhalve moet worden beslist als volgt:

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende in naam der Koningin!

Wijst het verzoek om herziening af.-

Aldus gegeven door Mr. J. Boesjes als voorzitter

en Mr. J. Janssen en Mr. Ch. de Vrey als leden, in

tegenwoordigheid van P.H. Schippers als griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 14 september 1989 door voornoemde

voorzitter, in tegenwoordigheid van voornoemde griffier.

(get.) J. Boesjes.

(get.) P.H. Schippers.

HD

06.09