Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2022:697

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
11-10-2022
Datum publicatie
11-10-2022
Zaaknummer
21/555
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening. Maatvoering hokken roofvogels. Verzoek toegewezen.

Wetsverwijzingen
Wet dieren
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/555

uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 oktober 2022 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam 1] , te [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. J.E. Hamann),

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder

(gemachtigde: mr. B.M. Kleijs).

Procesverloop

Bij besluit van 4 maart 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder aan verzoeker een last onder dwangsom opgelegd vanwege overtredingen van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren (Bhd).

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2021. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voor verweerder is tevens verschenen [naam 2] .

Verzoeker en verweerder hebben aanvullende stukken ingediend.

Op 29 maart 2022 en 4 april 2022 hebben er digitale (vervolg)zittingen plaatsgevonden. Verzoeker was hierbij aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voor verweerder waren tevens aanwezig

[naam 2] en [naam 3] .

Overwegingen

1. Ingevolge het bepaalde in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij het College, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor zover in deze uitspraak een oordeel wordt gegeven over de rechtmatigheid van het primaire besluit, is sprake van een voorlopig oordeel dat het College niet bindt in een eventuele bodemprocedure.

2.1

De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

2.2

Op 30 september en 21 oktober 2020 hebben twee toezichthouders, waaronder een toezichthoudend dierenarts controles uitgevoerd bij de bedrijfslocatie en de woonlocatie van verzoeker. Hun bevindingen zijn neergelegd in een rapport van 2 december 2020 (rapport van bevindingen).

2.3

Bij het primaire besluit heeft verweerder aan verzoeker de verplichtingen opgelegd.

“Maatregel 1: u moet ervoor zorgen dat de bewegingsvrijheid van uw dieren niet op zodanige wijze wordt beperkt dat de dieren daardoor onnodig lijden of letsel wordt toegebracht. (…)

Maatregel 2: u moet ervoor zorgen dat een dier voldoende ruimte wordt gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften. (…)

Maatregel 3: u moet ervoor zorgen dat een dier, indien het niet in een gebouw wordt gehouden, bescherming wordt geboden tegen slechte weersomstandigheden, gezondheidsrisico’s en zo nodig roofdieren. (…)

Maatregel 4: u moet ervoor zorgen dat een dier dat in een gebouw of kooi wordt gehouden, daaruit niet kan ontsnappen. (…)

Maatregel 5: u moet ervoor zorgen dat een dier een toereikende behuizing heeft onder voldoende hygiënische omstandigheden. (…)

Maatregel 6: u moet ervoor zorgen dat een dier toegang heeft tot een toereikende hoeveelheid water van passende kwaliteit of op een andere wijze aan zijn behoefte aan water kan voldoen. (…)

Maatregel 7: u moet ervoor zorgen dat een dier voldoende verse lucht of zuurstof krijgt. (…)

Maatregel 8: u moet ervoor zorgen dat een ruimte waarin een dier wordt gehouden, voldoende wordt verlicht en verduisterd om aan de ethologische en fysiologische behoeften van het dier te voldoen. (…)

Maatregel 9: u moet ervoor zorgen dat in de ruimte waarin een dier wordt gehouden, geen materialen en, in voorkomend geval, bodembedekking wordt gebruikt die ongeschikt of schadelijk zijn voor het dier. (…)

Maatregel 10: u moet ervoor zorgen dat in uw inrichting een beheerder werkzaam is die in het bezit is van een door onze Minister erkend bewijs van vakbekwaamheid voor de diergroepen waarmee activiteiten in de inrichting worden verricht. (…)

Maatregel 11: u moet ervoor zorgen dat in uw inrichting ten minste drie afzonderlijke ruimtes beschikbaar zijn voor het huisvesten en verzorgen van zieke of van ziekte verdachte gezelschapsdieren in afzondering van andere dieren, dan wel over de mogelijkheid deze ruimtes in te richten zodra dit nodig is. (…)

Maatregel 12: u moet ervoor zorgen dat in uw inrichting gebruik wordt gemaakt van een gezondheidsprotocol waaruit blijkt dat de gezondheid en gezelschapsdieren die in de inrichting verblijven dagelijks gecontroleerd worden, maatregelen ter voorkoming van ziekten worden genomen en zieke gezelschapsdieren op passende wijze moeten worden verzorgd. (…)

Maatregel 13: u moet ervoor zorgen dat uw onderneming geregistreerd staat onder een Uniek Bedrijfsnummer (hierna: UBN).”

Standpunt van partijen

3.1

Verzoeker betwist dat hij de in het primaire besluit genoemde overtredingen heeft begaan. Verder voert verzoeker aan dat een aantal maatregelen betrekking heeft op door hem gehouden ooievaars maar dat hij deze ooievaars niet meer heeft. Voor de maatregel die ziet op de maatvoering van de hokken is het door verweerder gehanteerde toetsingskader onduidelijk en baseert verweerder zich ten onrechte op het document ‘Review: huisvesting en verzorging van roofvogels’ (Review).

3.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat uit het rapport van bevindingen blijkt dat verzoeker de in het besluit genoemde overtredingen heeft begaan en dat de maatregelen terecht zijn opgelegd.

Spoedeisend belang

4. De voorzieningenrechter neemt spoedeisend belang aan omdat de begunstigingstermijn reeds is verlopen en verzoeker de overtredingen betwist. Omdat verzoeker voor het einde van de begunstigingstermijn een verzoek om voorlopige voorziening heeft ingediend, dient hij, zonder te voldoen aan de last en zonder tussentijds dwangsommen te verbeuren, in staat te worden gesteld een voorlopig rechtmatigheidsoordeel van de voorzieningenrechter te verkrijgen over de aan de last ten grondslag liggende en door verzoeker betwiste overtredingen.

Beoordeling

5.1

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder op basis van het rapport van bevindingen terecht geconstateerd dat verzoeker de overtredingen heeft begaan die ten grondslag zijn gelegd aan de maatregelen 3 tot en met 12. Verweerder was dan ook bevoegd om een last onder dwangsom op te leggen. Hieraan doet niet af dat dat een aantal van deze overtredingen volgens verzoeker inmiddels zijn beëindigd. De voorzieningenrechter ziet ten aanzien van de maatregelen 3 tot en met 12 dan ook geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.

5.2

Ten aanzien van de eerste en de tweede maatregel overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Volgens deze maatregelen mogen de door verzoeker gehouden roofvogels alleen kortstondig worden aangebonden en moet verzoeker er voor zorgen dat de hokken groot genoeg zijn. Deze maatregelen zijn gebaseerd op artikel 1.6, eerste en tweede lid van het Bhd. Deze bepalingen bevatten doelvoorschriften in de vorm van een algemene verplichting voor de houders van dieren. In deze bepalingen staat niet hoe lang een dier mag worden aangebonden of hoe groot een hok moet zijn en wettekst laat dat afhangen van de ruimte die het dier nodig heeft voor zijn fysiologische en ethologische behoeften. Verweerder dient daarom met bewijs te onderbouwen waarom verzoeker, gelet op de fysiologische en ethologische behoeften van de door hem gehouden roofvogels, onvoldoende ruimte voor deze dieren beschikbaar heeft gesteld.

5.3

Voor het aanbinden van roofvogels en de noodzakelijke maatvoering van de hokken baseert verweerder zich op het document ‘Review: huisvesting en verzorging van roofvogels’ (Review). Verzoeker heeft onder meer met een rapportage van een deskundige, [naam 4] gemotiveerd de inhoud van de Review weersproken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter lenen de in dit verband te beantwoorden rechtsvragen zich niet om in deze spoedprocedure te beantwoorden. Het gaat om complexe en principiële vragen over de invulling van open normen, die nader onderzoek en overdenking vragen. De voorzieningenrechter onthoudt zich daarom van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel en volstaat aan de hand van een belangenafweging te bepalen of er aanleiding bestaat om, in afwachting van de beslissing op bezwaar, een voorlopige voorziening te treffen.

6. De voorzieningenrechter kan zich voorstellen dat in de bezwaarprocedure nader (onafhankelijk) onderzoek nodig is naar de maatvoering van de hokken en het aanbinden van roofvogels zonder dat verzoeker hoeft te voldoen aan de last of tussentijds dwangsommen zal verbeuren. Dit belang van verzoeker weegt in dit geval zwaarder dan het belang van verweerder om de in de last genoemde maatregelen hangende de bezwaarprocedure in stand te laten. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook toe en treft de voorlopige voorziening dat de maatregelen 1 en 2 uit het primaire besluit zijn geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.

7. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1518,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

  • -

    schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,- aan verzoeker te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van

€ 1518,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam in aanwezigheid van mr. E. van Kampen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2022.

De voorzitter is buiten staat E. van Kampen

te ondertekenen

Afschrift verzonden aan partijen op: