Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2021:874

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
07-09-2021
Datum publicatie
07-09-2021
Zaaknummer
21/62
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tegemoetkoming

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 21/62

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2021 in de zaak tussen

[naam BV] , te [plaats] , appellante

(gemachtigde: mr. J.W. Spanjer),

en

de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. J.J. Scholtes).

Procesverloop

Bij besluit van 19 augustus 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder aan appellante op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) een subsidie toegekend van € 12.472,48.

Bij besluit van 20 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2021.

Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

  1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.
    Aanleiding van deze procedure

  2. Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een subsidie op grond van de TVL.

  3. Over de onderneming van appellante waren op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-codes [........] (winkels in meubels), [.....] (public relationsbureaus) en [.....] (schrijven en overige scheppende kunst) opgenomen, en als bedrijfsomschrijving “De verkoop van designproducten; Adviseren en uitvoeren van marketing- en promotieactiviteiten tevens schrijven van reclameteksten en persberichten.”

  4. Verweerder is bij de verlening van de subsidie uitgegaan van de onder SBI-code [........] vallende activiteiten, waarbij de omvang van de vaste lasten forfaitair op 15% van de omzet is vastgesteld. Verweerder heeft de maatwerkprocedure in artikel 2, derde lid, van de TVL toegepast, maar is tot de conclusie gekomen dat dit appellante niet kan baten. Voor een geslaagd beroep op de maatwerkprocedure moet de bedrijfsomschrijving die op 15 maart 2020 stond geregistreerd in het handelsregister stroken met een SBI-code die in de bijlage van de TVL staat. In het verweerschrift heeft verweerder toegelicht dat uit de bedrijfsomschrijving niet blijkt dat appellante congressen en beurzen organiseert of een markthal of tentoonstellingsgebouw exploiteert. Verder geeft de TVL verweerder geen ruimte om op basis van feitelijke bedrijfsactiviteiten subsidie te verlenen. Verweerder verwijst daarbij naar de uitspraak van het College van 25 mei 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:521), waarin het heeft geoordeeld dat de feitelijke bedrijfsactiviteiten niet hoeven te worden meegenomen. De door appellante aangehaalde uitspraak van het College van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:996) is volgens verweerder in dit geval niet van toepassing. Daarin heeft het College geoordeeld over een geval waarin de SBI-code van de hoofdactiviteit geen recht gaf op TVL, maar de SBI-code van een nevenactiviteit wel. In het geval van appellante heeft de volgorde van de SBI-codes echter geen invloed gehad op de toekenning van de TVL.


Standpunt appellante

5. Appellante voert aan dat haar feitelijke activiteiten onder de SBI-code [.....] (organiseren van congressen en beurzen) vallen. Dit blijkt onder andere uit een overgelegde accountantsverklaring van 29 januari 2021 van PMV Accounting & Consultancy B.V., waarin is verklaard dat de omzet van appellante alleen voortkomt uit evenementen. Bovendien blijkt dit ook uit de aanpassing van de registratie door de KvK. De KvK heeft de SBI-code met terugwerkende kracht tot 22 maart 1999 gecorrigeerd naar onder meer 82.30. Aangezien appellante hiermee heeft aangetoond dat haar bedrijfsactiviteiten onder een andere SBI-code vallen, had verweerder daar niet aan voorbij mogen gaan. Daarnaast beroept appellante zich op een uitspraak van het College van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:996). Hieruit blijkt volgens appellante dat, wanneer zij kan aantonen dat haar bedrijfsactiviteiten onder een andere SBI-code vallen, die SBI-code moet worden gebruikt.

Beoordeling door het College

6. Tussen partijen is niet in geschil dat de SBI-code [.....] op de peildatum 15 maart 2020 niet in het handelsregister stond vermeld. Ook is niet in geschil dat de bedrijfsomschrijving van appellante geen aanknopingspunt biedt om aan te sluiten bij een andere SBI-code.

7. Het College volgt verweerder in het standpunt dat hij geen rekening hoefde te houden met wijzigingen die in het handelsregister zijn doorgevoerd na de peildatum van 15 maart 2020, ook niet als het gaat om wijzigingen met terugwerkende kracht. Verweerder is ook terecht voorbij gegaan aan de feitelijke bedrijfsactiviteiten van appellante. De TVL biedt geen ruimte om daar rekening mee te houden.

8. De vergelijking met wat geoordeeld is in de uitspraak van het College van 22 december 2020 gaat niet op omdat het in dit geval, anders dan in de zaak waar die uitspraak op ziet, gaat om een niet-geregistreerde SBI-code. In dat geval bestaat er geen ruimte voor appellante om aan te tonen dat een niet-geregistreerde SBI-code beter strookt met de feitelijke activiteiten.

9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van T.S. García Bijvoet, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 september 2021.

w.g. B. Bastein w.g. T.S. García Bijvoet

BIJLAGE

Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL)


Artikel 2 van de TVL luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“1. De minister verstrekt eenmalig een subsidie aan een getroffen MKB-onderneming om bij te dragen aan de financiering van de vaste lasten in de maanden juni, juli, augustus en september van 2020.

2. De subsidie wordt enkel verstrekt aan een MKB-onderneming:

a. waarvan het omzetverlies ten minste 30% bedraagt;

b. waarvan de uitkomst van de vermenigvuldiging van de omzet in de referentieperiode met de ratio tussen de vaste kosten en de omzet van een gemiddeld bedrijf, zoals per sector genoemd in de vierde kolom van de tabel in de bijlage, ten minste € 4.000 bedraagt;

c. die op 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven;

d. waarvan de hoofd- of nevenactiviteit, waaronder de MKB-onderneming op 15 maart 2020 is ingeschreven in het handelsregister met de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling, in de bijlage is opgenomen, zoals in voorkomend geval nader geclausuleerd in derde kolom van de tabel in de bijlage;

e. die:

1°. voor zover het een MKB-onderneming, niet zijnde een horecaonderneming of een ambulante onderneming, betreft:

– ten minste één vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming; of

– een vestiging heeft die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de eigenaar of eigenaren van de MKB-onderneming en voorzien is van een eigen opgang of toegang; of

2°. voor zover het een horecaonderneming betreft ten minste één horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom heeft.

3. In afwijking van het tweede lid, aanhef en onderdeel d, wordt subsidie verstrekt aan een MKB-onderneming indien uit de aanduiding van de uitgeoefende activiteit of activiteiten van de onderneming, waaronder de onderneming op 15 maart 2020 is ingeschreven in het handelsregister, ten genoegen van de minister blijkt dat de onderneming een hoofd- of nevenactiviteit uitvoert die in de bijlage is opgenomen, zoals in voorkomend geval nader geclausuleerd in derde kolom van de tabel in de bijlage.”