Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2021:866

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
07-09-2021
Datum publicatie
07-09-2021
Zaaknummer
20/952
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

TOGS. Beroep ongegrond. Verweerder heeft zijn beleid consistent toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/952

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2021 in de zaak tussen

[naam 1] B.V., te [plaats] , appellante,

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels en C. Zieleman).

Procesverloop

Bij besluit van 3 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van appellante voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel) afgewezen.

Bij besluit van 25 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juli 2021. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

Aanleiding van deze procedure

  1. Appellante heeft een aanvraag voor een tegemoetkoming op basis van de Beleidsregel ingediend.

  2. Over de onderneming van appellante waren op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-code 70.22.1 (‘Organisatie- en adviesbureaus’) opgenomen, en als bedrijfsomschrijving ‘Verlenen van advies- en consultancydiensten aan derden en/of het verlenen van diensten op administratief, technisch, financieel, economisch of bestuurlijk gebied aan andere vennootschappen, personen en ondernemingen, zowel in als buiten Nederland’.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat de omschrijving van de werkzaamheden zoals die op 15 maart 2020 in het handelsregister stond bepalend is. De SBI-code waarmee appellante op de peildatum 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven, staat niet in Bijlage 1 van de Beleidsregel. Verder heeft verweerder overwogen dat de bedrijfsomschrijving in het handelsregister niet overeenkomt met een andere SBI-code die wél in Bijlage 1 staat. Dat appellante haar registratie na 15 maart 2020 met terugwerkende kracht heeft gewijzigd, maakt dat niet anders. Tot slot is niet gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden dat verweerder zou moeten afwijken van de Beleidsregel.


Standpunt appellante

4. Appellante heeft aangevoerd dat op 16 april 2020 de bedrijfsomschrijving is gewijzigd naar ‘Verlenen van advies- en consultancydiensten, opleidingen en trainingen, aan derden en/of het verlenen van diensten op administratief, technisch, financieel, economisch of bestuurlijk gebied aan andere vennootschappen, personen en ondernemingen, zowel in als buiten Nederland’ en de SBI-code met terugwerkende kracht is aangepast aan de bedrijfsomschrijving (85.59.2 ‘Bedrijfsopleiding- en training’). De SBI-code 85.59.2 staat wel in Bijlage 1. De op 15 maart 2020 in het handelsregister gehanteerde bedrijfsomschrijving dateerde van 20 jaar terug. Daarnaast zijn advies en training activiteiten die in elkaars verlengde liggen. Verweerder houdt hier ten onrechte geen rekening mee. Ook ontbreekt in het besluit een onderbouwing van het standpunt van verweerder dat de maatwerkprocedure, waarbij wordt nagegaan of in de bedrijfsomschrijving aanknopingspunten kunnen worden gevonden voor de toepasselijkheid van een andere SBI-code die wel in Bijlage 1 van de Beleidsregel is opgenomen, niet tot toekenning van de tegemoetkoming leidt.


Standpunt verweerder

5. Verweerder stelt dat het bezwaar terecht ongegrond is verklaard. De SBI-code 70.22.1 is niet opgenomen in Bijlage 1 van de Beleidsregel en de op de peildatum geregistreerde bedrijfsomschrijving past ook niet bij een wél in Bijlage 1 opgenomen SBI-code. De feitelijke werkzaamheden die door appellante worden uitgevoerd staan niet ter discussie of ter beoordeling. Het geven van opleidingen en trainingen, waarvoor ook een aparte SBI-code bestaat, is een andere activiteit dan het verlenen van advies- en consultancy diensten.

Beoordeling door het College

6. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995). Daarin is onder meer geoordeeld dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.

7. Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Niet de feitelijke activiteiten, maar wat op de peildatum is geregistreerd in het handelsregister is leidend. Verweerder hoeft geen rekening te houden met wijzigingen die in het handelsregister zijn doorgevoerd na de peildatum, ook niet als het gaat om wijzigingen met terugwerkende kracht. In het geval van appellante heeft verweerder de aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel dan ook terecht afgewezen omdat de SBI-code waaronder appellante op 15 maart 2020 was geregistreerd, niet is vermeld in Bijlage 1.

8. Bij toepassing van de Beleidsregel toetst verweerder ook of de bedrijfsomschrijving, zoals die op de peildatum was geregistreerd, aanknopingspunten biedt voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in die Bijlage is vermeld. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat daar in dit geval geen sprake van is. Uit de bedrijfsomschrijving valt niet af te leiden dat de activiteiten van appellante ook het geven van bedrijfsopleidingen en trainingen omvat. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast.

9. Het College volgt verweerder in het standpunt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigen.
Conclusie

10. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, in aanwezigheid van

mr. P.E.A. Chao, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 september 2021.

de voorzitter is verhinderd de de griffier is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen