Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2021:837

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
24-08-2021
Datum publicatie
24-08-2021
Zaaknummer
20/760
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

TOGS. Beroep ongegrond. Verweerder heeft zijn beleid consistent toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/760

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2021 in de zaak tussen

[naam BV] , te [plaats] , appellante,

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. S. van Rijn en C. Zieleman).

Procesverloop

Bij besluit van 28 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd appellante een tegemoetkoming te verstrekken op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel).

Bij besluit van 31 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2021. Appellante is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

Aanleiding van deze procedure

1. Appellante heeft een aanvraag voor een tegemoetkoming op basis van de Beleidsregel ingediend.

2. Over de onderneming was op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-code [.......] (organisatie-adviesbureaus) opgenomen, en als bedrijfsomschrijving ‘Dienstverlening en advisering op het gebied van organisatie, management, bedrijfsvoering en administratieve werkzaamheden.’

3. In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat de omschrijving van de werkzaamheden zoals die op 15 maart 2020 in het handelsregister stond bepalend is. In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat de SBI-code waarmee appellante op de peildatum 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven, niet in Bijlage 1 van de Beleidsregel staat. Verder heeft verweerder overwogen dat de bedrijfsomschrijving in het handelsregister niet overeenkomt met een andere SBI-code die wél in Bijlage 1 staat. Hierbij is uitdrukkelijk getoetst aan SBI-code [.....] (dienstverlening voor uitvoerende kunsten). Dat appellant zijn registratie na 15 maart 2020 met terugwerkende kracht heeft gewijzigd, maakt dat niet anders. Tot slot heeft verweerder overwogen dat niet is gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden dat hij zou moeten afwijken van de Beleidsregel.
Standpunt appellante

4. Appellante voert ten eerste aan dat zij haar SBI-code met terugwerkende kracht heeft aangepast bij de KvK en daardoor alsnog recht heeft op een tegemoetkoming onder de Beleidsregel. De mogelijkheid tot wijziging van de SBI-codes werd expliciet door verweerder opengesteld. Over de onderneming van appellante staan nu in het handelsregister van de KvK de SBI-codes [.....] (dienstverlening voor uitvoerende kunst) en [.....] (overige specialistische zakelijke dienstverlening) geregistreerd. Haar bedrijfsomschrijving is gewijzigd naar: ‘dienstverlening en advisering op het gebied van organisatie, management, bedrijfsuitvoering en administratieve werkzaamheden ten behoeve van artiesten, kunstenaars, evenementen en brands in de cultuur- en entertainment wereld’. Appellante geeft aan dat zij van een hoorzitting heeft afgezien omdat de medewerker van de RvO de hoorzitting als formaliteit zou hebben gepresenteerd. Pas na het bestreden besluit werd haar medegedeeld dat bij een hoorzitting ook een tweede jurist het bezwaar zou hebben beoordeeld. Daarnaast beroept appellante zich op het gelijkheidsbeginsel. Een andere onderneming, [naam BV 2] , zou ook niet met de juiste SBI-code staan ingeschreven. [naam BV 2] heeft de SBI-code echter aangepast en haar werd wel de tegemoetkoming toegekend.
Standpunt verweerder

5. In aanvulling op het bestreden besluit heeft verweerder nog het volgende naar voren gebracht. Hoewel verweerder niet altijd duidelijk heeft gecommuniceerd, is er geen sprake geweest van een ondubbelzinnig en ongeclausuleerde toezegging dat appellante alsnog de tegemoetkoming zou ontvangen. In de bezwaarfase is appellante de mogelijkheid gegeven voor een hoorzitting. Het was de eigen keuze van appellante geweest hiervan af te zien. Het afzien van een hoorzitting heeft geen gevolgen voor de zorgvuldigheid waarmee het bezwaarschrift verder is behandeld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel gaat niet op. [naam BV 2] stond op 15 maart 2020 ingeschreven met een SBI-code die wél is opgenomen in Bijlage 1 van de Beleidsregel. Daarom is er geen sprake van gelijke gevallen.

Beoordeling door het College

6. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995). Daarin is onder meer opgenomen dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.

7. Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Niet de feitelijke activiteiten, maar wat op de peildatum is geregistreerd in het handelsregister is leidend. Verweerder hoeft geen rekening te houden met wijzigingen die in het handelsregister zijn doorgevoerd na de peildatum, ook niet als het gaat om wijzigingen met terugwerkende kracht. In het geval van appellante heeft verweerder de aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel dan ook terecht afgewezen omdat de SBI-code waaronder appellante op 15 maart 2020 was geregistreerd, niet is vermeld in Bijlage 1.

8. Bij toepassing van de Beleidsregel toetst verweerder ook of de bedrijfsomschrijving, zoals die op de peildatum was geregistreerd, aanknopingspunten biedt voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in die Bijlage is vermeld. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat daar in dit geval geen sprake van is. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast.

9. Het College stelt vast dat de hoorplicht niet is geschonden, omdat appellante wel in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet nu is gebleken dat [naam BV 2] op de peildatum wél geregistreerd stond met een SBI-code die is opgenomen in Bijlage 1 van de Beleidsregel.


Conclusie

10. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, in aanwezigheid van J.S. Nooren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2021.

De voorzitter en de griffier zijn verhinderd de uitspraak te ondertekenen