Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2021:813

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
10-08-2021
Datum publicatie
10-08-2021
Zaaknummer
21/7
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

TOGS. Beroep ongegrond. Verweerder heeft zijn beleid op consistente wijze toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 21/7

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2021 in de zaak tussen

[naam BV] , te [plaats] , appellante,

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. S. van Rijn en C. Zieleman).

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder naar aanleiding van een door appellante ingediende Melding niet-aansluitende SBI-code geweigerd appellante een tegemoetkoming van € 4.000,- te verstrekken op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel).

Bij besluit van 17 november 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2021. Appellante is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

Aanleiding van deze procedure

1. Appellante heeft een Melding niet-aansluitende SBI-code ingediend. Appellante heeft daarin verweerder verzocht haar SBI-code te wijzigen in [.....] (Verhuur en lease van computers en kantoorapparatuur). Bij het primaire besluit heeft verweerder het voorstel van appellante voor een andere SBI-code niet overgenomen en besloten dat appellante niet voor de tegemoetkoming in aanmerking komt.

2. Over de onderneming was op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-code [.....] (Overige dienstverlenende activiteiten op het gebied van informatietechnologie) opgenomen, en als bedrijfsomschrijving ‘Het ontwerpen, realiseren en onderhouden van tijdelijke IT oplossingen en alle daaraan gerelateerde en daaruit voortvloeiende activiteiten’.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat de omschrijving van de werkzaamheden zoals die op 15 maart 2020 in het handelsregister stond bepalend is. De SBI-code waarmee appellante op de peildatum 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven staat niet in Bijlage 1 van de Beleidsregel. Verder heeft verweerder overwogen dat de bedrijfsomschrijving in het handelsregister niet overeenkomt met een andere SBI-code die wél in Bijlage 1 staat. Dat appellante haar registratie na 15 maart 2020 met terugwerkende kracht heeft gewijzigd, maakt dat niet anders. Verweerder heeft overwogen dat niet is gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden, waardoor hij zou moeten afwijken van de Beleidsregel. Verweerder heeft nog opgemerkt dat niet is gebleken dat de SBI-code ertoe heeft geleid dat appellante geen aanspraak kan maken op een andere subsidie of tegemoetkoming. Appellante heeft subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) aangevraagd voor het derde en vierde kwartaal van 2020 en voor het eerste kwartaal van 2021. De aanvraag voor het derde kwartaal van 2020 is afgewezen. Hiertegen heeft appellante geen bezwaar gemaakt. De aanvraag voor het vierde kwartaal van 2020 is toegewezen op basis van de hoofdactiviteit met SBI-code [.....] .

Standpunt appellante

4. Appellante is het oneens met de afwijzing van haar aanvraag. Zij stelt dat zij zwaar is getroffen door de maatregelen omtrent COVID-19, aangezien de maatregelen het haar onmogelijk hebben gemaakt om haar dienstverlening gericht op het faciliteren van internet oplossingen in de evenementensector uit te voeren. Appellante stelt dat zij sinds maart 2020 al haar opdrachten is kwijtgeraakt en zodoende ook een groot deel van haar jaarlijkse omzet verloren is gegaan. Verder stelt appellante dat de niet-aansluitende SBI-code er ook voor zorgt dat zij nu geen aanspraak kan maken op de subsidie op grond van de TVL. Volgens appellante moet de aanvraag van de TOGS en TVL worden beoordeeld aan de hand van de aangepaste SBI-code en niet aan de hand van de in eerste instantie toegekende SBI-code.

Beoordeling door het College

5. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995). Daarin is onder meer geoordeeld dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.

6. Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Niet de feitelijke activiteiten, maar de inschrijving in het handelsregister op de peildatum is leidend. Verweerder hoeft geen rekening te houden met wijzigingen die in het handelsregister zijn doorgevoerd na de peildatum, ook niet als het gaat om wijzigingen met terugwerkende kracht. In het geval van appellante heeft verweerder de aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel dan ook terecht afgewezen omdat de SBI-code waaronder appellante op 15 maart 2020 was geregistreerd, niet is vermeld in Bijlage 1.

7. Bij toepassing van de Beleidsregel toetst verweerder ook of de bedrijfsomschrijving, zoals die op de peildatum was geregistreerd, aanknopingspunten biedt voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in die Bijlage is vermeld. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat daar in dit geval geen sprake van is. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast.

Conclusie

8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, in aanwezigheid van mr. N.C.H. Vrijsen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2021.

de voorzitter is verhinderd de de griffier is verhinderd de

uitspraak te ondertekenen uitspraak te ondertekenen