Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2021:653

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
25-05-2021
Datum publicatie
22-06-2021
Zaaknummer
20/723
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

TOGS. Beroep ongegrond. Verweerder heeft zijn beleid consistent toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/723

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 mei 2021 in de zaak tussen

[naam BV] , te [plaats] , appellante

(gemachtigde: mr. R.P.E. Halfens),

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. C.J.M. Daniels).

Procesverloop

Bij besluit van 14 mei 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd appellante een tegemoetkoming te verstrekken op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (Beleidsregel).

Bij besluit van 24 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling ter zitting, waarna het College het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.

Overwegingen

Aanleiding van deze procedure

1. Appellante heeft een aanvraag voor een tegemoetkoming op basis van de Beleidsregel ingediend.

2. Over de onderneming waren op 15 maart 2020 in het handelsregister van de Kamer van Koophandel (KvK) de SBI-code 64.30.3 (Beleggingsinstellingen met beperkte toetreding) en de SBI-code 70.22.1 (Organisatie-adviesbureaus) opgenomen, en als bedrijfsomschrijving ‘beleggingsinstellingen met beperkte toetreding of organisatie-adviesbureaus’.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. In het bestreden besluit heeft verweerder overwogen dat de omschrijving van de werkzaamheden zoals die op 15 maart 2020 in het handelsregister stond bepalend is. Uit de bedrijfsomschrijving op 15 maart 2020 blijkt volgens verweerder niet dat appellante maaltijden verstrekt voor directe consumptie ter plekke met eventueel afzonderlijke verstrekking van dranken of kleine eetwaren voor directe consumptie, zodat niet tegemoet wordt gekomen aan het verzoek van appellante om uit te gaan van de SBI-code 56.10.1 (Restaurants). Verweerder is uitgegaan van de SBI-codes 64.30.3 en 70.22.1. Deze codes zijn volgens verweerder terecht niet in de Beleidsregel opgenomen. Verweerder heeft tenslotte overwogen dat niet is gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden, waardoor hij zou moeten afwijken van de Beleidsregel.

Standpunt appellante

4. Appellante voert aan dat zij per abuis op 15 maart 2020 bij de KvK onder de verkeerde SBI-code stond geregistreerd. Verweerder heeft daar in het bestreden besluit ten onrechte geen, althans onvoldoende, rekening mee gehouden. Inmiddels staat appellante geregistreerd onder SBI-code 56.10.1 (Restaurants). Appellante valt daarom onder de groep ondernemers waarvoor de Beleidsregel bedoeld is en heeft recht op tegemoetkoming.

Beoordeling door het College

5. Het College heeft verschillende uitspraken gedaan over de Beleidsregel. Het College verwijst naar de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995). Daarin is onder meer opgenomen dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.

6. Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Niet de feitelijke activiteiten, maar hetgeen op de peildatum is geregistreerd in het handelsregister is leidend. De ondernemer is verantwoordelijk voor een juiste inschrijving in het handelsregister. In het geval van appellante heeft verweerder de aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel dan ook terecht afgewezen omdat de SBI-codes waaronder appellante op 15 maart 2020 was geregistreerd, niet zijn vermeld in Bijlage 1.

7. Bij toepassing van de Beleidsregel toetst verweerder ook of de bedrijfsomschrijving, zoals die op de peildatum was geregistreerd, aanknopingspunten biedt voor een daarbij passende SBI-code die wel op de lijst in die Bijlage is vermeld. Verweerder heeft terecht geconstateerd dat daar in dit geval geen sprake van is. Ook in zoverre heeft verweerder zijn beleid consistent toegepast.

8. Het College volgt verweerder in het standpunt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de Beleidsregel rechtvaardigen.

9. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van C.S. Carella, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2021.

w.g. R.W.L. Koopmans w.g. C.S. Carella