Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2021:511

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
18-05-2021
Datum publicatie
18-05-2021
Zaaknummer
16/25, 16/174 en 16/197
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 16/25, 16/174, 16/197

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 mei 2021 in de zaak tussen

[naam] B.V., te [plaats] , appellante

(gemachtigde: F.Th.M. Peters),

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder.

Procesverloop

Appellante heeft tegen meerdere besluiten op bezwaar van verweerder over gehanteerde tarieven voor officiële keuringen in slachthuizen (de bestreden besluiten) beroep ingesteld.

Met toestemming van partijen is afgezien van een behandeling ter zitting, waarna het College het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.

Overwegingen

1. Meerdere belanghebbenden hebben op drie verschillende momenten (3 april 2017, 24 april 2017 en 29 juni 2017) ongeveer 400 beroepen ingediend. Al deze beroepen zien op dezelfde materie. Op 14 juni 2017 zijn tijdens een regiezitting achttien beroepen geselecteerd om te worden behandeld als zogenaamde pilotzaken. De pilotzaken zijn behandeld ter zitting van 30 november 2017. Deze zaken zijn vervolgens met verwijzingsuitspraken van 17 juli 2018 (ECLI:NL:CBB:2018:340 en 341) voor de beantwoording van prejudiciële vragen verwezen naar het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie). Het Hof van Justitie heeft de prejudiciële vragen beantwoord bij arrest van 19 december 2019 in de gevoegde zaken C-477/18 en C-478/18 (ECLI:EU:C:2019:1126). Vervolgens zijn de pilotzaken opnieuw op zitting behandeld op 17 juli 2020. Het College heeft op 20 oktober 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:707 en ECLI:NL:CBB:2020:708) einduitspraak gedaan in de pilotzaken. De beroepen zijn gegrond verklaard, de betreffende bestreden besluiten zijn vernietigd en bepaald is dat verweerder binnen 26 weken na de dag van verzending van de uitspraak nieuwe besluiten op bezwaar moet nemen.

2. De beroepen in onderhavige zaken zijn in dezelfde periode ingediend. De geschilpunten in de onderhavige zaken komen overeen met de geschilpunten in de pilotzaken. Het College neemt daarom hetgeen dienaangaande is overwogen in de einduitspraak in de pilotzaken van 20 oktober 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:707 en ECLI:NL:CBB:2020:708), voor zover relevant, hier over.

3. Dit leidt er toe dat het College aanleiding ziet om de beroepen in de onderhavige zaken gegrond te verklaren, de hierin bestreden besluiten te vernietigen en te bepalen dat verweerder nieuwe besluiten op bezwaar dient te nemen, met inachtneming van de hiervoor in 2 bedoelde overwegingen.

4. Het College veroordeelt verweerder in de door appellante gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt het College vast op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Het College is van oordeel dat sprake is van samenhangende zaken in de zin van artikel 3, van het Bpb. De kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt het College vast op € 534,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 534, een wegingsfactor 1 voor de zwaarte van de zaak).

Beslissing

Het College:

  • -

    verklaart de beroepen gegrond;

  • -

    vernietigt de bestreden besluiten;

  • -

    draagt verweerder op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de bezwaren van appellante met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    draagt verweerder op het door appellante betaalde griffierecht van € 1.002,- te vergoeden aan appellante;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 534,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.W.L. Koopmans, in aanwezigheid van

J.S. Nooren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

18 mei 2021.

w.g. R.W.L. Koopmans w.g. J.S. Nooren