Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2021:475

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
26-04-2021
Datum publicatie
06-05-2021
Zaaknummer
20/369
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Algemene wet bestuursrecht artikel (Awb) artikel 8:15 e.v.

Een voorwaardelijk wrakingsverzoek is geen wrakingsverzoek in de zin van artikel 8:15 van de Awb. Gelet daarop kan het verzoek niet als wrakingsverzoek in behandeling worden genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2021/353
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 20/369

beslissing op het verzoek van

[naam 1] en [naam 2] , verzoekers

(gemachtigde: E.M.A. Broekhoff).

Procesverloop

Bij brief van 14 april 2021 (brief) hebben verzoekers het College het volgende bericht:

“Betreft: Verzoek tot wraking in zaak AWB 20/369 W2 Appellanten [naam 1] en [naam 2] 22310 Wet op het financieel toezicht d.d. 10-3-2020, nr ROT 19/3125 n.a.v. uitspraak van Rechtbank Rotterdam. (..)

Geacht College, Raadsheren mr. J.LW. Aerts, mr. R.C. Stam en mr. P. Fortuin.

De voorzitter van het college van bestuursrechters CBB Den Haag heeft tijdens de zitting op 9 maart 2021 aangegeven op 20 april 2021 een uitspraak te doen in dit geding. (..)

Grote onzekerheid en twijfel of uw Afdeling bestuursrechtspraak de processuele vraag of de schriftelijke weigering AFM d.d. 5 maart 2019 een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid Awb bevestigt, is reden het middel op grond van hetgeen is bepaald voor wraking in artikel 8.15 Algemene wet bestuursrecht (Awb) in te zetten. (..)

Indien u als college CBB op 20-4-2021 “de weigering van AFM” niet bevestigt zoals in bijlage 1 staat aangegeven, neemt u een standpunt in, die afwijkt van objectieve criteria o.b.v. vaste jurisprudentie in eerdere zaken. De door verzoeker geuite vrees van vooringenomenheid van de rechter die objectieve factoren negeert, rechtvaardigt de wraking in te roepen. (..)

Het falen van AFM die niet onder te brengen valt onder een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid Awb waartegen bezwaar openstaat, miskent de regels voor bezwaar en beroep Abw! Bent u het hiermee niet eens, dan verzoek ik u deze wraking naar de wrakingskamer te sturen voor behandeling. (..)”

Overwegingen

1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2. Ter beoordeling van het College ligt voor de vraag of de brief van verzoekers een wrakingsverzoek bevat in de zin van artikel 8:15 van de Awb.

2.1.

Het College stelt vast dat verzoekers willen dat hun brief als een verzoek om wraking ter behandeling aan de wrakingskamer wordt voorgelegd indien de raadsheren die het hoger beroep in hun zaak (met zaaknummer 20/369) behandelen en tot wie de brief is gericht, in hun uitspraak tot een ander oordeel zullen komen dan door verzoekers in hun brief wordt bepleit.

2.2.

Het College is van oordeel dat de brief van verzoekers slechts een voorwaardelijk geformuleerd wrakingsverzoek bevat. De brief bevat geen (andere) feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.3.

De Awb voorziet niet in de mogelijkheid tot het doen van een voorwaardelijk wrakingsverzoek (zie de beslissing van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1396). Dit betekent dat het verzoek in de brief van verzoekers geen wrakingsverzoek is in de zin van artikel 8:15 van de Awb.

2.4.

De hiervoor onder 2 vermelde vraag moet ontkennend worden beantwoord. Gelet daarop kan het verzoek niet als wrakingsverzoek in behandeling worden genomen.

Beslissing

Het College stelt het verzoek buiten behandeling.

Aldus genomen door mr. S.C. Stuldreher, mr. M.M. Smorenburg en mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. J.W.E. Pinckaers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 april 2021.

De voorzitter en de griffier zijn verhinderd de beslissing te ondertekenen.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.