Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:CBB:2020:787

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
03-11-2020
Datum publicatie
03-11-2020
Zaaknummer
18/1769
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (Uitvoeringsverordening)

Regeling uitvoering GMO (Gemeenschappelijke Markt Ordening) groenten en fruit

Besluit PT (Productschap Tuinbouw) subsidiabiliteit en forfaitaire standaardtarieven medebewind 2013 (Besluit PT)

Terugvordering van steun voor een geïntegreerd aanvoer- en sorteersysteem voor kruiden, met oplegging van een boete op grond van artikel 117 van de Uitvoeringsverordening; in geschil is of het aanvoersysteem van appellante een geïntegreerd systeem is als bedoeld in de bijlage bij het Besluit PT. Deze vraag beantwoordt het College ontkennend. Niet in geschil is dat de potjes kruiden van het aanvoersysteem, de onbemande redliner, door een (bemande) vorkheftruck worden overgebracht naar de sorteer-/verpaklijn. Door de tussenkomst van de vorkheftruck kan niet gezegd worden dat sprake is van één geïntegreerd systeem waarbij het aanvoersysteem rechtstreeks is aangesloten op het sorteersysteem. Door gebruik te maken van een losse heftruck met bestuurder wordt de keten doorbroken en is geen sprake van een intern transportsysteem, maar van intern transport. Dit betekent dat niet is voldaan aan de criteria voor de verleende steun en dat verweerder deze terecht heeft teruggevorderd. Tegen het opleggen van de boete heeft appellante geen andere gronden aangevoerd dan dat zij heeft voldaan aan de criteria. Nu zij niet aan die criteria heeft voldaan, blijft de boete in stand.

Wetsverwijzingen
Regeling uitvoering GMO groenten en fruit
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 18/1769

uitspraak van de meervoudige kamer van 3 november 2020 in de zaak tussen

de Telerscoöperatie Fossa Eugeniana U.A., te Venlo, appellante

(gemachtigden: [naam 1] en [naam 4] ),

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder

(gemachtigde: mr. M.W. Schilperoort).

Procesverloop

Bij besluit van 6 december 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder een deel van de in het kader van artikel 69, eerste lid, van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie van 7 juni 2011 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad, wat de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit betreft (Uitvoeringsverordening) aan appellante over het jaar 2013 verleende steun teruggevorderd, verhoogd met rente en met oplegging van een boete op grond van artikel 117 van de Uitvoeringsverordening.

Bij besluit van 31 juli 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 september 2020. Namens appellante is verschenen haar gemachtigde [naam 1] , vergezeld door [naam 2] en
[naam 3] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Appellante is een coöperatie van groentetelers uit de regio Venlo. Zij maakt aanspraak op EU-subsidies in het kader van de Regeling uitvoering GMO (Gemeenschappelijke Markt Ordening) groenten en fruit. Zij heeft op 7 februari 2014 subsidie aangevraagd voor een geïntegreerd aanvoer- en sorteersysteem voor kruiden waarop verweerder op 26 november 2014 heeft beslist.

2. Bij een controle door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is vastgesteld dat er geen sprake was van een geïntegreerd aanvoer- en sorteersysteem, omdat een deel van de activiteiten door een heftruck werd verricht. In het controleverslag van 6 oktober 2016 is daarover het volgende opgenomen:

“Investering afleverhal kruiden bij lidteler Especia

Dit is een investering in de afleverhal kruiden.

(…)

De omschrijving van deze subactiviteit 201-10-27 in de herziene criteria 2013 is als volgt:

Indien rechtstreeks aangesloten op een sorteer- of verpakkingslijn, is een aanvoersysteem via kettingbaan of inductiedraad met elektrokarren of met zelfrijdende lorries subsidiabel. Dit systeem moet wel geïntegreerd zijn, dat wil zeggen echt aansluiten op c.q. passen in het sorteersysteem. Daarom geldt het criterium dat de te sorteren of te verpakken voorraad in containers, bakken, dozen of kisten (EPS- of eenmalig fust), hierna te noemen containers, opgenomen kan worden van de lorries in de sorteer- of verpakkingsinstallatie via een kantel, afschuif- of hefsysteem.

Indien de containers zijn bevestigd op oogstwagens op de buisrails en deze in hun geheel worden overgebracht naar de sorteerinstallatie, zijn de betreffende oogstwagens ook subsidiabel. Indien er sprake is van een combinatie van oogstwagens en transportlorries op de buisrails zijn uitsluitend de transportlorries (incl. container) subsidiabel. Indien de containers zijn bevestigd op oogstwagens op de buisrails, van deze oogstwagen worden genomen en via aparte transportlorries worden overgebracht naar de sorteerinstallatie zijn uitsluitend de betreffende transportlorries en de containers subsidiabel. Het aanvoersysteem moet dus een aaneengesloten keten zijn, waarbij een container als koppelingscriterium dient. Indien dit niet het geval is dan wordt het als intern transport beschouwd, wat niet subsidiabel is.

(…)

Tijdens een fysieke controle ter plaatse op 2 maart 2016 zagen wij, dat de inductielijn en karren aanwezig waren. Er wordt geen gebruik gemaakt van buisrails.

De karren worden in de kas laag voor laag geladen met de vorkheftruck met een “The Space-O-Mat fork lift”, waarbij in één handeling een laag wordt geladen. Vervolgens worden deze volle karren met de onbemande redliner (M-track) over de red line getransporteerd naar de sorteer-/verpaklijn. Bij de sorteer-/verpaklijn worden de karren laag voor laag met de heftruck weer gelost en de gehele laag kruidenpotten op de sorteer-/verpaklijn geplaatst.

Door het gebruik van de heftruck is het aanvoersysteem niet meer geïntegreerd met de sorteer en verpakkingsinstallatie. In de herziene criteria staat duidelijk dat het aanvoersysteem van de te verpakken producten via een kantel, afschuif- of hefsysteem een aangesloten keten met de sorteer of verpakkingsinstallatie moet vormen. Het verplaatsen van de planten met een heftruck is iets anders dan een aangesloten keten via een hefsysteem.

Verder blijkt dat de heftruck de planten met een vork met veel ‘tanden’ naar de sorteerplek vervoert. Dus niet de container maar de losse planten worden door de heftruck verplaatst. Er zijn geen containers bij dit transportsysteem in gebruik. (In de herziene criteria 2013 staat dat de container het koppelingscriterium dient te zijn en de investering anders niet subsidiabel is.)

(…)”

3. Onder meer vanwege de hierboven weergegeven constatering heeft verweerder met betrekking tot de investering in een intern transportsysteem vastgesteld dat zes oogstkarren niet subsidiabel zijn omdat zij geen onderdeel uitmaken van een geïntegreerd transportsysteem. Verweerder is daarom overgegaan tot terugvordering van de verleende steun. Daarbij heeft verweerder een boete opgelegd op grond van artikel 117 van de Uitvoeringsverordening, omdat het verschil tussen (a) het bedrag dat louter op basis van de aanvraag zou moeten worden betaald en (b) het bedrag dat op basis van onderzoek naar de subsidiabiliteit moet worden betaald, meer dan drie procent bedraagt.

4. In beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat er wel sprake is van een geïntegreerd systeem. Daartoe heeft zij aangevoerd dat het aanvoersysteem uit een inductiedraad met electrokarren bestaat en dat de te sorteren c.q. te verpakken voorraad uit bakjes (potjes) kruiden bestaat die per afzonderlijke laag met een heftruck vanaf het aanvoersysteem worden geplaatst op de sorteer-/verpaklijn. Het begrip “kantel, afschuif- of hefsysteem” is verder niet gedefinieerd in de herziene criteria 2013 en kan dus ruim worden geïnterpreteerd. Daarbij stelt zij zich op het standpunt dat de heftruck in dit kader als een kantel-, afschuif- of hefsysteem kan worden aangemerkt en dat de potjes kunnen worden beschouwd als containers, bakken, dozen of kisten. De als containers aan te merken potjes worden dus met een kantel-, afschuif- of hefsysteem van het aanvoersysteem – bestaande uit een inductiedraad met elektrokarren – geplaatst op de sorteer-/verpaklijn, zodat er sprake is van een geïntegreerd aanvoersysteem. Ter zitting heeft appellante opgemerkt dat zij voorop liep met haar aanvoersysteem. Een systeem voor kruidenpotjes waar geen heftruck aan te pas komt bestaat volgens appellante niet, omdat de potjes niet mogen omvallen.

5. Artikel 1 van het Besluit PT (Productschap Tuinbouw) subsidiabiliteit en forfaitaire standaardtarieven medebewind 2013 (Besluit PT) – welk besluit is gebaseerd op Verordening PT uitvoeringsbepalingen GMO groenten en fruit 2012 en de artikelen 57 en 60 van de Uitvoeringsverordening – luidt als volgt:

“De criteria die worden gehanteerd voor de beoordeling van operationele programma's en de voor steun in aanmerking komende uitgaven betreffende het jaar 2013, zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit.”

In de bijlage bij het Besluit PT is onder “201-10-27 en 202-13-45 Interne transportsystemen, kettingbaansystemen en andere met de sorteerlijn geïntegreerde aanvoersystemen” onder meer opgenomen:

“(…)

Indien rechtstreeks aangesloten op een sorteer- of verpakkingslijn, is een aanvoersysteem via
kettingbaan of inductiedraad met robocars elektrokarren of met zelfrijdende lorries

subsidiabel. Dit systeem moet wel geïntegreerd zijn, dat wil zeggen echt aansluiten op c.q. passen in het sorteersysteem. Daarom geldt het criterium dat de te sorteren of te verpakken voorraad in containers, bakken, dozen of kisten (EPS- of eenmalig fust), hierna te noemen containers, opgenomen kan worden van de lorries in de sorteer- of verpakkingsinstallatie via een kantel, afschuif- of hefsysteem.

Indien de containers zijn bevestigd op oogstwagens op de buisrails en deze in hun geheel worden overgebracht naar de sorteerinstallatie, zijn de betreffende oogstwagens ook subsidiabel. Indien er sprake is van een combinatie van oogstwagens en transportlorries op de buisrails zijn uitsluitend de transportlorries (incl. container) subsidiabel. Indien de containers zijn bevestigd op oogstwagens op de buisrails, van deze oogstwagen worden genomen en via aparte transportlorries worden overgebracht naar de sorteerinstallatie zijn uitsluitend de betreffende transportlorries en de containers subsidiabel. Het aanvoersysteem moet dus een aaneengesloten keten zijn, waarbij een container als koppelingscriterium dient. Indien dit niet het geval is dan wordt het als intern transport beschouwd, wat niet subsidiabel is. Hydraulische scharen als onderdeel van oogsttransportwagens zijn niet subsidiabel.

(…)”

6. Ter zitting heeft appellante toegelicht dat in de periode waar het in dit geding om gaat trays werden gebruikt voor het verplaatsen van 85% van de potjes met kruiden. In reactie daarop heeft verweerder opgemerkt dat die 85% kan worden aangemerkt als verplaatsing in containers. In geschil is dus alleen of het aanvoersysteem van appellante een geïntegreerd systeem is als bedoeld in de bijlage bij het Besluit PT. Deze vraag beantwoordt het College ontkennend. Niet in geschil is dat de potjes kruiden van het aanvoersysteem, de onbemande redliner, door een (bemande) vorkheftruck worden overgebracht naar de sorteer-/verpaklijn. Door de tussenkomst van de vorkheftruck kan niet gezegd worden dat sprake is van één geïntegreerd systeem waarbij het aanvoersysteem rechtstreeks is aangesloten op het sorteersysteem. Doorslaggevend is immers dat het aanvoersysteem rechtstreeks en dus zonder onderbreking is aangesloten op het sorteersysteem en daarmee een aaneengesloten keten vormt. Door gebruik te maken van een losse heftruck met bestuurder wordt de keten doorbroken en is geen sprake van een intern transportsysteem, maar van intern transport. Dit betekent dat niet is voldaan aan de criteria voor de verleende steun en dat verweerder deze terecht heeft teruggevorderd. Tegen het opleggen van de boete heeft appellante geen andere gronden aangevoerd dan dat zij heeft voldaan aan de criteria. Nu zij niet aan die criteria heeft voldaan, blijft de boete in stand.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, mr. H.S.J. Albers en mr. M. de Mol, in aanwezigheid van mr. M.G. Ligthart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2020.

De voorzitter is verhinderd De griffier is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen. de uitspraak te ondertekenen.